Douane en strafrecht: “ik heb niets te verbergen”

In deze bijdrage een introductie over douane en strafrecht.
Door Dianne
7 oktober 2019
Dianne

De strafrechtelijke afhandeling van onregelmatigheden is binnen het douanerecht vaak een onbekend terrein. Op zich geen reden voor paniek, zolang het maar niet voor u of uw werkgever van toepassing is. We zien echter vaak dat de put pas wordt gedempt, als het kalf als is verdronken. Ofwel, dat te laat maatregelen worden genomen en advies wordt ingewonnen. Dit terwijl u uzelf een hoop onheil kunt besparen als u weet wat u moet doen en wat uw rechten en plichten zijn. In een binnenkort te verschijnen nieuwsbrief over het douanestrafrecht gaan wij uitgebreid in op dit onderwerp en de do’s en dont’s . In deze bijdrage alvast een introductie in de relevante onderwerpen.

Strafrecht en douane. Waar komt het samen?

De vraag waar strafrecht en douanerecht samenkomen, is het beste te beantwoorden aan de hand van twee cases.

Casus 1.  Als douanedeclarant heeft u het wellicht wel eens meegemaakt. U doet een aangifte voor het vrije verkeer en de goederencode blijkt (achteraf) onjuist. U heeft die goederencode van uw opdrachtgever gekregen.  Het is voor u moeilijk om de juistheid hiervan te controleren. De aangifte wordt dan ook gecorrigeerd en een UTB voor een hoger bedrag aan douaneschuld volgt.

Een aantal weken (of maanden) later ontvangt u een verhoorset, waarin u wordt aangemerkt als verdachte van het doen van een onjuiste aangifte. U wordt medegedeeld dat u niet tot antwoorden verplicht bent en gevraagd of u een verklaring wil afleggen. Uiteindelijk wordt aan de hand van deze verklaring een proces-verbaal opgemaakt die de basis vormt voor een Fiscale Strafbeschikking (“FSB”) veelal tegen 10% van het “ontdoken” bedrag aan belastingen.

Casus 2. Als douanedeclarant heeft u het hopelijk nog nooit of in ieder geval niet vaak meegemaakt. De douane voert een controle na invoer uit en komt tot de (gestelde) conclusie dat op grote schaal onterecht gebruik is gemaakt van preferentiële oorsprong. De douane heeft de zaak inmiddels in overleg met de Officier van Justitie overgedragen aan de FIOD, De FIOD komt u nu verhoren. De FIOD-ambtenaar deelt u mede dat u niet tot antwoorden verplicht bent en dat u wordt verdacht van een strafbaar feit. Vervolgens wordt een proces-verbaal opgemaakt. Maanden later ontvangt u een dagvaarding van het Openbaar Ministerie om te verschijnen voor de Rechtbank voor het plegen van een strafbaar feit.  

Het bovenstaande zijn twee “real-life” gebeurtenissen die eenzelfde aanleiding kunnen hebben. Voor beide kan het maken van een fout in de aangifte genoeg zijn, hetgeen strafbaar is gesteld in de Algemene Douanewet. Aangevers, importeurs, exporteurs en andere partijen zijn vaak niet of onvoldoende bekend met de implicaties.

De Fiscale Strafbeschikking

In 2011 is de FSB in het leven geroepen. Tot die tijd kenden we binnen het douanestrafrecht nog het transactievoorstel als voorportaal van de strafrechtelijke afhandeling. Met de introductie van de FSB is deze optie te komen vervallen en is het strafrecht in feite naar voren in de keten gehaald. De taken die eerst bij het Openbaar Ministerie lagen zijn hiermee gedeeltelijk bij de handhaver (Douane) neergelegd. Zonder tussenkomst van een rechter kan de Douane overgaan tot het opleggen van een strafrechtelijke sanctie.  Zo’n FSB is een daad van strafvervolging. Als u vervolgens niets doet, dan staat uw schuld en strafbaarheid vast. 

De fiscale strafbeschikking kennen we in beginsel voor twee varianten: voor een overtreding en voor een misdrijf. Het onderscheid hiertussen is bij een misdrijf een gevangenisstraf mogelijk is, hetgeen bij overtreding niet het geval is. Bij een misdrijf moet veelal ook sprake zijn van opzet. Als er geen sprake is van opzet, dan volgt meestal een FSB voor de overtredingsvariant. In het geval van de eerste casus kan dan wellicht worden volstaan met een FSB voor EUR 250.

Wellicht het belangrijkste onderscheid is dat een FSB in de overtredingsvariant geen justitiële documentatie (ouderwets: een strafblad) oplevert en een FSB voor de misdrijfvariant wel. Van dit laatste heeft u vanzelfsprekend veel meer en langer “last”.

Tegen de FSB staat verzet open. Gaat u in verzet dan zal de Officier van Justitie vervolgens bepalen of er tot vervolging zal worden overgegaan. Dat kan betekenen dat u alsnog vrijuit gaat maar ook dat een rechter uiteindelijk overgaat tot het opleggen van een (zwaardere) straf. Bovendien leidt een rechterlijke veroordeling altijd tot justitiële documentatie, ook in de overtredingsvariant.

Geen FSB maar erger….

Zoals eerder besproken kan het ook al in eerste aanleg erger. U wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit en de Boet Fraude Coördinator / Contactambtenaar heeft in overleg met de FIOD en het Openbaar Ministerie bepaald dat er moet worden vervolgd. U wordt uitgenodigd voor een (aanvullend) verhoor of er is zelfs sprake van een inval van de FIOD en het OM. De administratie wordt in beslag genomen en u wordt voor verhoor meegenomen naar het politiebureau. Hoe gaat u hiermee om?

U heeft als verdachte het recht om te zwijgen maar u denkt (wel of niet terecht) “ik heb niets te verbergen” dus u geeft een uitgebreide verklaring. U licht toe dat u deze handelwijze altijd al deed, dat u het ook wel vreemd vond mar dat uw opdrachtgever heeft verzekerd dat het wel kan en dat u ook met uw leidinggevende uitgebreid hierover heeft gesproken. Ook licht u toe dat als u de betreffende handelwijze niet zou volgen de klant weg zou gaan, alsmede dat u weet dat ook twee andere concullega’s van u zo werken.

Is het echter wel  verstandig dat u dit nu allemaal al verklaart? En maakt u wel optimaal gebruik van uw rechten? Het recht om te zwijgen en het consultatierecht, ofwel het recht om een advocaat te raadplegen. Dit is een recht voor u als verdachte waar u zich zeer bewust van moet zijn en waarvan u weloverwogen moet bepalen of u daar gebruik van maakt.

Allemaal vragen die eerst het overwegen waard zijn voordat u besluit wat uw strategie is. In de praktijk wordt naar onze mening te snel gekozen voor de “ik heb niets te verbergen” optie. Dat is wellicht zo, maar een door u afgelegde verklaring kan tot een andere conclusie leiden dan u voorziet en bedoelt, zeker als u de spelregels niet kent. Daarnaast geldt dat achteraf repareren meestal moeilijker is dan voorlopig je mond houden.

Ook op dit onderwerp zullen we in de nieuwsbrief ingaan, de verschillende manieren van strafrechtelijk afdoen, alsmede een leidraad hoe te handelen bij een inval door de douane, FIOD of Openbaar Ministerie.

Conclusie

Het strafrecht is vaak onduidelijk en onbekend in douanezaken. Een strafrechtelijk verwijtbaar handelen is snel aan de orde. U doet u er goed aan te weten wat u moet doen als het zo ver komt. Wat zijn uw rechten en verplichtingen? Welke strategie kiest u om uw rechten zo goed mogelijk veilig te stellen?

Meer informatie

Wilt u meer weten over de implicatie van het strafrecht bij het doen van douaneaangiftes? Neemt u dan contact op met Dianne Beurskens  (dianne.beurskens@customsknowledge.nl).

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.