Douane niet bevoegd om op te treden bij merkinbreuk?

Een jaar geleden hebben wij reeds aandacht besteed aan inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. De Douane lijkt niet bevoegd te zijn om goederen vast te houden wanneer deze zich onder douaneverband bevinden.
Door Bart
25 september 2019
Bart

Een jaar geleden hebben wij reeds aandacht besteed aan inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. We hebben toen ook aan de orde gesteld de vraag of de Douane wel gerechtigd is om op te treden bij goederen die onder douaneverband zijn opgeslagen of worden vervoerd. Hier lijkt nu duidelijkheid over te komen. Zo heeft de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie een heldere conclusie geschreven en heeft ook het Gerechtshof ’s-Gravenhage alsook de Rechtbank Rotterdam, met een verwijzing naar deze conclusie, een interessante uitspraak gedaan. Conclusie: de Douane lijkt niet bevoegd te zijn om goederen vast te houden wanneer deze zich onder douaneverband bevinden.

Inbreuk op intellectuele eigendomsrechten

Bij de productie en handel van goederen zijn veelal intellectuele eigendomsrechten betrokken: bijvoorbeeld (beeld)merken, octrooien of modellen. Wanneer gebruik wordt gemaakt door een ander dan de rechthebbende en de gebruiker daartoe geen afspraken heeft gemaakt, kan sprake zijn van een inbreuk op het intellectueel eigendomsrecht. In die gevallen kan de Douane, wanneer zij dergelijke goederen aantreft, al dan niet op verzoek van de houder van het recht, de goederen vasthouden. De basis voor het handelen van de Douane en de merkhouder is de zogenaamde Anti-Piraterijverordening (Verordening (EG) nr. 1383/2003). Klik hier voor ons vorige artikel omtrent inbreuk op intellectuele eigendomsrechten.

Inmiddels wordt reeds langere tijd de vraag gesteld of ook goederen die niet in het vrije verkeer worden gebracht en die zich onder een schorsingsregeling bevinden, onder het toepassingsbereik van de verordening vallen en daarmee onder de bevoegdheid van de Douane.

Mag de Douane op verzoek de goederen vasthouden?

Op basis van diverse arresten van het Hof van Justitie (onder andere Montex / Diesel en Class International) zou kunnen worden geconcludeerd dat de merkhouder geen mogelijkheden heeft zich te verzetten tegen de “doorvoer en transitohandel” van merkgoederen die nog niet door of met toestemming van de merkhouder in de Gemeenschap in de handel zijn gebracht. In de zaak Montex / Diesel concludeert het Hof van Justitie dat een merkhouder uitsluitend bescherming geniet voor een handeling die “noodzakelijkerwijs impliceert dat zij [de goederen] in deze lidstaat van doorvoer in de handel worden gebracht”.

Uit een ander arrest van het Hof van Justitie (het arrest Polo/PT Dwidua) blijkt echter dat de Douane – dit zegt dus niets over de bevoegdheden van de merkhouder – wél gevolg kan geven aan een verzoek tot optreden voor goederen onder douanevervoer. De standpunten lijken dus niet eenduidig.

Dat is ook de reden waarom er door zowel een Belgische Rechtbank alsook door het Court of Appeal uit het Verenigd Koninkrijk prejudiciële vragen zijn gesteld over soortgelijke kwesties.

Conclusie Advocaat-Generaal: Douane is niet bevoegd

Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal (AG) van het Hof van Justitie, P. Cruz Villalón, op 3 februari 2011 een conclusie geschreven. Een conclusie is nog geen uitspraak van het Hof van Justitie en dient slechts als advies aan de rechters van het Hof van Justitie. Anderzijds zijn de overwegingen van een AG in een dergelijke conclusie niet zonder belang.

De AG heeft een duidelijk advies gegeven. De AG geeft het Hof van Justitie in overweging om op de prejudiciële vraag te antwoorden – enigszins door ons samengevat – dat wanneer niet communautaire goederen onder douanetoezicht staan en vanuit een derde land naar een ander derde land gaan, de douaneautoriteiten bevoegd zijn om op te treden (bijvoorbeeld door ze vast te houden), mits voldaan wordt aan een belangrijke voorwaarde. Deze voorwaarde houdt in dat er voldoende aanwijzingen zijn om te vermoeden dat de (namaak)goederen op de markt van de Europese Unie zullen worden gebracht. Dat vermoeden kan bestaan overeenkomstig de gekozen douaneprocedure, hetzij doordat de goederen illegaal worden binnengebracht.

Wij begrijpen aldus dat de Douane in ieder geval niet bevoegd is om op te treden wanneer uit de feiten en omstandigheden blijkt dat de goederen bestemd zijn om onder douanetoezicht te blijven en uiteindelijk onder douanetoezicht ook weer het douanegebied te verlaten.

Dat betekent ook, zoals wij in de vorige bijdrage al voorzichtig hebben geconcludeerd, dat de Douane in een aantal gevallen ten onrechte goederen vasthoudt en zelfs uiteindelijk de vernietiging ervan toestaat, terwijl geenszins vast staat dat zij daarvoor bevoegd is.

Rechtbank en Gerechtshof: geen bevoegdheid voor goederen in transito

Inmiddels hebben ook de Rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof ’s-Gravenhage uitspraak gedaan in geschillen waarbij ter discussie stond of de goederen wel onder het toepassingsbereik van de verordening vallen. Zo oordeelde de Rechtbank Rotterdam op 11 maart 2011, met verwijzing naar de conclusie van de AG van het Hof van Justitie: “De slotsom is dat naar voorlopig oordeel sprake is van transitgoederen die geen inbreuk maken op de merkrechten” en dat het beslag op de goederen daarmee ten onrechte was opgelegd.

Nog recenter, op 26 april 2011 (echter deze uitspraak is pas op 23 mei 2011 gepubliceerd) heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage op een soortgelijke wijze geoordeeld. Daarbij was in geschil of goederen, afkomstig uit Turkije en bestemd voor doorvoer – onder douanevervoer – naar Groot Brittannië onder het toepassingsbereik van de verordening vallen. Ook nu weer werd verwezen naar de conclusie van de AG en oordeelde het Gerechtshof dat het nog “maar de vraag is (nu er sprake is van doorvoer uit Turkije naar Groot-Brittannië) of aangenomen kan worden dat sprake is van inbreuk in de Benelux”.

Conclusie en meer informatie

Hoewel het Hof van Justitie nog een definitieve uitspraak moet doen, is het zeer de vraag of de wettelijke bepalingen voorzien in bevoegdheden voor de Douane en de merkhouder om op te treden bij goederen die zich onder douaneverband bevinden. Volgens de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie, de Rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof ’s-Gravenhage staat in ieder geval niet zonder meer vast dat de Douane in alle gevallen bevoegd is.

Mocht u aan de hand van dit artikel vragen en of opmerkingen hebben danwel anderszins van gedachten willen wissen over deze en aanverwante douaneonderwerpen, neemt u dan gerust contact met ons op. Customs Knowledge heeft uitgebreide ervaring en adviseert u graag. U kunt in dat geval contact opnemen met Bart Boersma (bart.boersma@customsknowledge.nl).

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.