Douane weigert stelselmatig om aangiften te wijzigen; terecht of te formeel?

Het zal weinig verbazing wekken dat de Douane een redelijk formele aanpak hanteert. Zij is niet voor niets een handhavingsorganisatie. Maar is de Douane niet volledig doorgeslagen in haar formele en strikte opstelling? Stelt de Douane terecht dat zij onjuiste of onvolledige aangiften niet meer kan wijzigen? Is zij terecht zo kritisch en formeel? Volgens ons niet!
Door Bart
maandag 8 februari
Bart

Formele aanpak leidt tot bizarre gevolgen

Het draait hierbij allemaal om artikel 173 DWU en de vraag of dit artikel de Douane verbiedt om de aangifte te wijzigen. De ervaring leert dat andere lidstaten hier anders mee omgaan.

De stelling van de Douane is dat het niet anders kan.

De halsstarrige en formele houding van de Douane heeft grote gevolgen. Bedrijven die enorme bedragen moeten betalen omdat de Douane een verlaagd recht weigert toe te passen, vergunningen voor actieve veredeling of bijzondere bestemming die niet kunnen worden toegepast omdat de Douane bizarre gevolgen verbindt aan de vermelding van een onjuist EORI-nummer (terwijl de NAW-gegevens wel volledig en juist zijn) of producten die niet meer kunnen worden afgezet omdat ze - vanwege een onjuiste bescheidcode - niet meer als biologisch kwalificeren. Het zijn slechts enkele voorbeelden, in onze praktijk komen er veel meer voor.

Deze aanpak gaat totaal voorbij aan de letter en de ratio van de wet. Het is verbazingwekkend dat de Douane zo formeel is en het bedrijfsleven zo frustreert en tegenzit. De stelling van de Douane is dat het niet anders kan, maar is dat wel zo?  Hieronder zijn enkele voorbeelden opgenomen van voorbeelden waarbij de Nederlandse Douane elke keer weigert om een aangifte te wijzigen.

Tariefcontingent kan niet worden gebruikt

Een cliënt had een tariefcontingent geclaimd en dat contingent was in eerste instantie ook – voorlopig – toegewezen. Dat was echter ten onrechte, want het contingent bleek al vol. Zo werd de dag erna ook alsnog medegedeeld. De goederen waren echter al vrijgegeven, zodat de aangifte niet buiten werking kon worden gesteld. De goederen konden echter nog prima worden gelokaliseerd, want zij lagen op de oorspronkelijke locatie en het waren karakteristieke goederen. De verkoper heeft de goederen terug gestuurd naar het land waar ze vandaag kwamen, want voor de prijs inclusief douanerechten konden de goederen niet meer worden verkocht.

Hoewel de goederen dus geheel niet op de markt zijn gekomen, weigert de Douane om de aangifte te wijzigen of de rechten terug te betalen. Daarbij is het ook typerend dat de Douane in zo’n geval de verificatie van de aangifte niet even aanhoudt en de goederen dan dus nog niet direct vrijgeeft. Dan kan de aangifte namelijk wel worden gewijzigd of zelfs ongeldig worden gemaakt. Dit alles is echter volgens de Douane niet meer mogelijk. Is dit echt de bedoeling van het recht?

BTW-verlegging

Weer een andere kwestie gaat over de BTW, meer specifiek de verlegging. De aangever verzuimt om in de aangifte te vermelden dat er sprake is van verlegging zoals bedoeld in artikel 23 Wet OB. Hij wil – en kan – dat eenvoudig recht zetten door de aangifte te wijzigen. Het verzoek daartoe wordt ingediend, maar ook deze wijziging weigert de Douane. De Douane voert daartoe aan dat wijziging op grond van artikel 173 lid 3 DWU alleen wordt toegestaan zodat de aangever zijn verplichtingen kan nakomen die voortvloeien uit de aangegeven douaneregeling. “Bij een dergelijke verplichting moet u denken aan het nakomen van financiële verplichtingen, een onjuiste invoerwaarde waarvan het gevolg is dat er te weinig of teveel aan douaneheffingen is/zijn geheven, een vergunningplicht, of een verplichting die voortvloeit uit een AGRIM” aldus de inspecteur.

Nederlandse Douane: “Bij een dergelijke verplichting moet u denken aan het nakomen van financiële verplichtingen, een onjuiste invoerwaarde waarvan het gevolg is dat er te weinig of teveel aan douaneheffingen is/zijn geheven, een vergunningplicht, of een verplichting die voortvloeit uit een AGRIM”

Omdat de vergissing volgens de Douane de werking van de regeling in het vrije verkeer brengen niet in de weg staat, zou de aangifte niet kunnen worden gewijzigd. De inspecteur komt nog wel met een ‘oplossing’. Zo stelt de inspecteur dat de transactie toch in de periodieke aangifte kan worden opgenomen, ondanks het feit dat de in de aangifte niet de juiste BTW-plichtige wordt genoemd, omdat de administratie van de importeur dit staaft.

Is deze oplossing wel de juiste? De Douane wijzigt een aangifte bewust niet en draagt bij aan onjuiste elementen, hetgeen later ongetwijfeld tot discussie gaat leiden.

Onjuiste aangever en AGRIM-certificaat

Met de woorden van de inspecteur in gedachten (namelijk dat wijziging wel mogelijk is bij – een citaat van de inspecteur – “een vergunningplicht, of een verplichting die voortvloeit uit een AGRIM”) was de verwachting dan ook niet dat in het volgende geval de wijziging werd geweigerd. Het gaat namelijk specifiek om de invoer van goederen met een AGRIM-certificaat.

Een AGRIM-certificaat is vereist voor de invoer van landbouwgoederen. Daarbij geldt dan vaak een lager douanerecht. We hebben meerdere dossiers waarbij een douane-expediteur – kort samengevat – een onjuiste aangever heeft vermeld, maar waarbij meer dan duidelijk is wie dan wel de juiste aangever was. In één enkel geval hanteerde de inspecteur geen formele aanpak, maar gaf deze alsnog toe dat overduidelijk was, dat er sprake was van een vergissing en dus de aangifte moest worden gewijzigd. Daardoor kon alsnog een beroep worden gedaan op het AGRIM-certificaat.

In alle andere gevallen houdt de inspecteur echter halsstarrig vol dat de aangifte niet meer kan worden gewijzigd. Daardoor is ten onrechte het hoge douanerecht verschuldigd. Maar ook moet nog een boete worden betaald omdat het AGRIM-certificaat formeel gezien niet wordt afgeboekt. Saillant detail, de medewerker van de Douane heeft het AGRIM-certificaat gewoon afgeschreven, terwijl deze ook 1-op-1 had kunnen vaststellen dat het niet klopte. De Douane mag blijkbaar wel fouten maken, maar het bedrijfsleven niet.

Biologische producten & SKAL

Om een product als ‘biologisch’ aan te merken, moet bij invoer specifiek worden aangegeven dat er sprake is van biologische producten. Dat vindt plaats door in de aangifte een bescheidcode in te vullen. Dat gaat niet altijd goed; soms wordt het vergeten of zijn de instructies vooraf niet volledig. De oplossing is echter eenvoudig; in zo’n geval kan de aangifte worden gewijzigd in die zin dat de bescheidcode – van het bescheid dat namelijk wel aanwezig was – alsnog te vermelden. Er is echter een belangrijke horde te nemen, namelijk de Douane. En die horde blijkt ook nu weer onmogelijk te nemen. Ook in dit geval weigert de Douane namelijk om de aangifte te wijzigen. Met als gevolg dat de goederen niet meer als biologische producten kunnen worden verkocht. De Stichting SKAL biocontrole, de toezichthouder op de bio-wetgeving, vereist namelijk dat bij invoer het bescheid wordt overgelegd hetgeen mogelijk is door de juiste bescheidcode in de aangifte op te nemen. Wederom een voorbeeld van de grote gevolgen die de aanpak van de Nederlandse Douane heeft.

Juiste aangever, onjuist EORI-nummer – grote gevolgen voor vergunning

In weer een ander geval zijn aangiften ingediend voor toepassing van een vergunning bijzondere bestemming. Daarbij werd de aangifte ingediend met vermelding van de juiste NAW-gegevens maar met een onjuist EORI-nummer. Overduidelijk was dat de aangiften zijn bedoeld én ingediend voor de juiste vergunninghouder. Echter, de Douane stelt dat zij niet kijkt naar de gegevens van de aangever zoals vermeld in de aangifte, maar dat slechts het EORI-nummer bepalend is. Vervolgens koppelt zij daar dan een andere aangever aan en die aangever heeft inderdaad geen vergunning. Uiteindelijk komt de inspecteur dan tot de conclusie dat alle aangiften ten onrechte met gebruikmaking van de vergunning bijzondere bestemming zijn ingediend. Dat heeft dus tot gevolg dat het nulrecht niet kan worden toegepast. Dit is weer een typisch voorbeeld van een interpretatie van de wet zoals die niet is bedoeld. Het meest vreemde is dan nog dat een wijziging van de aangifte ook niet meer mogelijk is, aldus de Douane.

Onjuiste goederencode – geen fiscaal gevolg

De aanpak van de Douane gaat zelfs zo ver, dat aangiften in veel gevallen niet meer worden gewijzigd als er een onjuiste goederencode is gebruikt en de aangever achteraf verzoekt om aanpassing van deze goederencode. De Douane gaat dan namelijk eerst na of er fiscale gevolgen zijn. Als die er niet zijn, dan wordt de wijziging geweigerd. Dat lijkt wellicht niet problematisch, maar aan een goederencode zijn uiteraard ook hele andere maatregelen gekoppeld dan alleen het douanerecht zelf.

Daarnaast worden op deze manier de invoer- en uitvoerstatistieken vervuild.

Daarnaast worden op deze manier de invoer- en uitvoerstatistieken vervuild. De aangiften worden namelijk niet gewijzigd – terwijl vaststaat dat de code onjuist was – en daarmee ook de gegevens die aan het CBS verstrekt worden niet. Ook dit lijkt een ongewenst effect.

Iedereen maakt fouten, alleen fouten van het bedrijfsleven hebben gevolgen

Het lijkt erop dat de Nederlandse Douane meent dat de wetgeving zo bedoeld is dat fouten en vergissingen niet kunnen worden recht gezet. Uit recente jurisprudentie van het Hof van Justitie – in de zaak Pfeifer & Langen – over de wijziging van douanevertegenwoordiging, blijkt dat de Nederlandse Douane ook in het verleden te strikt was en ten onrechte wijziging van de aangever weigert. Het gaat hierbij overigens om de toepassing van het CDW en niet het DWU dat thans van toepassing is.

Het zure van alles is dat fouten en vergissingen van het bedrijfsleven wél worden afgestraft en fouten van de Nederlandse Douane keer op keer onbestraft blijven. Want natuurlijk worden er ook door de Douane fouten gemaakt. Bijvoorbeeld inlichtingen over de classificatie die worden verstrekt en die achteraf onjuist blijken te zijn, een onjuiste datum op een UTB, verkeerde adressering van een vergunning of een uitspraak op bezwaar die in beroep wordt vernietigd. Al deze gevallen blijven onbestraft.

De meest in het oog springende fout van de Douane vind is de situatie die wij vorig jaar meemaakten waarbij een cliënt een voornemen voor een aanzienlijke UTB ontving. Nog voordat wij op dat voornemen hadden kunnen reageren - en de termijn voor die reactie was verlopen - kreeg mijn cliënt al de UTB waarin stond: "Uw reactie heeft mij echter geen aanleiding gegeven om mijn standpunt te herzien". Met andere woorden, de UTB stond al klaar toen het voornemen was gestuurd en nog voordat mijn reactie was verstuurd - en door de Douane ontvangen - was al een UTB uitgegaan. Een UTB die blijkbaar ook nog collegiaal was getoetst.

Toch bijzonder, dat flaters als deze - de term fout of vergissing is wel erg eufemistisch - voor de Douane wel mogelijk zijn en zonder grote gevolgen blijven, terwijl kleine vergissingen door het bedrijfsleven niet kunnen worden rechtgezet.

Wat zijn uw ervaringen? Wij horen ze graag! Stuur een mail aan bart.boersma@customsknowledge.nl. Of neem op een andere manier contact met ons op.

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.