Mendum facile: AEO en douanestrafrecht

Mendum facile, ofwel “een foutje is zo gemaakt”. De meeste overtredingen op het gebied van douane worden bestraft binnen het strafrecht. U wordt aangemerkt als verdachte en verhoord door een buitengewoon opsporingsambtenaar.
Door Dianne
7 oktober 2019
Dianne

Mendum facile, ofwel “een foutje is zo gemaakt”. Zo ook wanneer u werkzaamheden verricht op het gebied van douane en accijnzen. In tegenstelling tot de directe belastingen (zoals de vennootschapsbelasting) waar fouten in de zin van overtredingen veelal worden bestraft met bestuurlijke boetes, worden de meeste overtredingen op het gebied van douane bestraft binnen het strafrecht. U wordt aangemerkt als verdachte en verhoord door een buitengewoon opsporingsambtenaar.

Inleiding

De sanctionering van deze strafbare feiten kunnen consequenties hebben wanneer u een aanvraag indient voor een AEO-vergunning (Autorised Economic Operator), maar ook voor uw AEO-status indien u deze al bezit. In indirecte zin kunnen de strafrechtelijke sancties ook van invloed zijn op uw douanevergunningen die nauw samenhangen  met de “AEO-waardigheid”[1].

In dit artikel wordt het wettelijke kader van de relevante bepalingen op het gebied van douanestrafrecht en AEO uiteen gezet.

Strafbare feiten kunnen consequentie hebben voor de AEO-vergunning.

Allereerst is het van belang om te weten dat de meeste onregelmatigheden geen enkel gevolg hebben voor een AEO-status. De meeste onregelmatigheden worden als “mendum facile” weliswaar afgedaan in strafrechtelijke sfeer, maar deze “foutjes” worden niet in een bredere context geplaatst waarbij de AEO-status wordt beïnvloed.

Wettelijk bepalingen

In artikel 39 letter a) van het DWU staat dat één van de criteria voor de toekenning van de status “geautoriseerde marktdeelnemer” is: “geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager”.

Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in artikel 24 Uitvoeringsverordening DWU. Ervan uitgaande dat de aanvrager van de AEO-status geen natuurlijke persoon is, dan wordt volgens dit artikel aan het criterium van het DWU voldaan indien (kort gezegd) de aanvrager, de bestuurder of degene die verantwoordelijk is voor de douanezaken niet “gedurende de afgelopen drie jaar ernstige of herhaalde overtredingen op de douanewetgeving en belastingvoorschriften hebben begaan of een strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit hebben gehad”. 

Begrippen; overtredingen en misdrijven

De begrippen die in de communautaire wetgeving worden gebruikt, zoals ernstige overtreding, strafblad en zware misdrijven worden in het communautaire recht niet nader gedefinieerd. Dat is logisch aangezien het strafrecht een rechtsgebied is dat tot de soevereiniteit van de lidstaten behoort. 

Het onderscheid tussen overtredingen en misdrijven op het gebied van douane wordt bepaald door vast te stellen of in de wet op het strafbare feit een gevangenisstraf is gesteld. Is dat het geval, dan is er sprake van een misdrijf. Is geen gevangenisstraf mogelijk, dan betreft het een overtreding (artikel 10:13 Algemene Douanewet, artikel 72 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen). 

Omdat in de wetgeving wordt gesproken over ‘zware misdrijven’ is niet alleen het onderscheid overtreding en misdrijf van belang, maar dus ook of er sprake is van zware misdrijven. Hoewel we in de volksmond spreken over zware criminaliteit of zware misdrijven, is dit geen wettelijke term op zich. Sommigen menen dat er sprake is van zware misdrijven indien het een feit betreft waarop een minimale gevangenisstraf van acht jaren is gesteld. In de Algemene Douanewet, Algemene Wet inzake Rijksbelastingen of de Wet op de Accijns komen dergelijke hoge gevangenisstraffen niet voor. Anderen menen dat er sprake is van zware misdrijven wanneer er op een feit voorlopige hechtenis kan worden bevolen. Dit zijn onder andere feiten waarop een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.  Deze feiten worden in alle drie de genoemde wetten op het gebied van Douane en Accijnzen wel genoemd. Wat de Douane onder zware misdrijven in dit kader verstaat, zal in de toekomst moeten blijken. Er zijn nog geen gevallen bekend waarin de Douane dit heeft toegepast.

Herhaalde overtreding en strafblad

Ook een nadere duiding van de kwalificatie “herhaalde overtreding” is niet voorhanden. Voor de hand ligt dat de Douane de frequentie afzet tegen de totale activiteitenstroom van de AEO-gecertificeerde.

Twee onjuiste aangiften op tien aangiften per jaar is in relatieve zin veel meer dan 100 onjuiste aangiften op 10.000 per jaar. Waar de grens ligt, is echter niet gedefinieerd of bekend.

Het strafblad heet officieel de Justitiële Documentatie. Misdrijven leiden tot een aantekening hierop. Overtredingen kunnen er ook op worden vermeld indien bijvoorbeeld de rechter u heeft veroordeeld voor deze overtreding (zoals na het instellen van verzet tegen een fiscale strafbeschikking).

Zoals al eerder gesteld, kan de Douane overigens nog steeds afzien van schorsing van de AEO-status indien zij de overtredingen van geringe betekenis achten en niet twijfelt aan de goede trouw van de AEO-gecertificeerde.

Conclusie

Overtredingen op het gebied van douane kunnen gevolgen hebben voor uw AEO-aanvraag, voor uw AEO-status en daarmee ook voor uw vergunningen. Het is echter moeilijk aan te geven vanaf welk moment de Douane over zal gaan tot schorsing of intrekking op basis van deze artikelen in de communautaire wetgeving.

Duidelijk is dat deze beoordeling sterk casuïstisch is. De schorsing of intrekking wordt door de Douane medegedeeld in een voor bezwaar vatbare beschikking. Het is daarbij aan de Douane om zowel te stellen als te bewijzen dat niet (meer) wordt voldaan aan artikel 39 letter a van het DWU. U kunt zich hiertegen verzetten door bezwaar aan te tekenen en vervolgens indien nodig beroep aan te tekenen bij de bestuursrechter.

Meer informatie

Wenst u meer informatie? Neem dan contact op met Dianne Beurskens-Weijers

[1] Zie artikel 30 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015: “Wanneer een AEO-vergunning wordt geschorst wegens de niet- naleving van in artikel 39 van het wetboek genoemde criteria, wordt iedere andere beschikking ten aanzien van die AEO die gebaseerd is op de AEO-vergunning in het algemeen dan wel op een van de specifieke criteria die tot de schorsing van de AEO-vergunning hebben geleid, door de douaneautoriteit die de beschikking in kwestie heeft gegeven, geschorst.” 

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.