Navorderingstermijn: drie of toch vijf jaar?

Als de Douane bij een controle constateert dat te weinig douanerechten zijn afgedragen, kan de Douane deze douanerechten navorderen. Die navordering hoeft niet beperkt te worden tot die ene aangifte, maar kan worden toegepast met terugwerkende kracht. Dat is zeker het geval bij een controle na de invoer (CNI). De Douane vordert echter niet na over (slechts) een periode van drie jaar, maar breidt de navordering uit tot wel vijf jaar. Kan dit?
Door Wikje
donderdag 28 november
Wikje

De normale en verlengde navorderingstermijn

In alle EU-lidstaten geldt een reguliere navorderings-termijn van drie jaar. In bepaalde situaties kan de Douane echter ook een langere termijn toepassen. Hoe lang die termijn daadwerkelijk is en onder welke omstandigheden die langere termijn wordt gehanteerd is niet in het EU-recht geregeld, maar afhankelijk van de nationale wetgeving in de betreffende lidstaat. De EU-lidstaten kennen dus zeer verschillende verlengde navorderingstermijnen. Zo kent Nederland een verlengde navorderingstermijn van vijf jaar, terwijl deze in België bijvoorbeeld tien jaar is.

Vóor 1 mei 2016 kon de Douane de verlengde navorderingstermijn alleen toepassen als aan twee voorwaarden werd voldaan. De eerste voorwaarde kennen we nu nog steeds; de douaneschuld moet zijn ontstaan door een handeling die strafrechtelijk vervolgbaar is. De tweede voorwaarde was vastgelegd in artikel 7:7 tweede lid van de Algemene douanewet. Hierin was bepaald dat de verlengde navorderingstermijn alleen van toepassing was ten aanzien van personen wier handelen of nalaten gericht was op het ontduiken van rechten. Daarvan is sprake als de betrokkene zich ervan bewust was of in ieder geval begreep dat er een aanmerkelijke kans bestond dat door zijn handelen of nalaten rechten bij invoer zouden worden ontdoken. Het was de Douane op wie de bewijslast lag om aan te tonen dat ook aan de twee voorwaarde werd voldaan.

Een onvolledige of onjuiste douaneaangifte is zo gemaakt!

De bepalingen vanaf 1 mei 2016

Ook het DWU kent de driejaarstermijn en een verlengde navorderingstermijn. De ‘randen’ van deze verlengde navorderingstermijn zijn in het DWU vastgesteld op minimaal vijf en maximaal tien jaar. De Nederlandse verlengde navorderingstermijn van vijf jaar kon dus ongewijzigd blijven.

Bij de inwerkingtreding van het DWU en als gevolg van Europese jurisprudentie heeft de Nederlandse wetgever echter een belangrijke wijziging doorgevoerd. De wetgever heeft namelijk het tweede lid van artikel 7:7 Algemene douanewet geschrapt. Dat betekent dus dat de Douane nu de verlengde navorderingstermijn kan toepassen, zonder dat de handeling gericht was op het ontduiken van rechten.

Met andere woorden is het per 1 mei 2016 voor toepassing van de verlengde navorderingstermijn dus voldoende dat de Douane aantoont dat een douaneschuld is ontstaan door een strafrechtelijke vervolgbare handeling. Ofwel, er geldt nog maar één voorwaarde.

Strafrechtelijk vervolgbare handeling

Het probleem is dat in Nederland het doen van een onjuiste of onvolledige douaneaangifte al als een handeling kwalificeert die strafrechtelijk vervolgbaar is. En daar is al snel sprake van.

Van een onvolledige aangifte is bijvoorbeeld al sprake als een BTI is afgegeven en de hierin genoemde goederencode is gehanteerd, maar het BTI-nummer niet is opgenomen in de douaneaangifte. Ook van een onjuiste aangifte is al snel sprake. Zo is het invullen van een onjuist adres – zelfs door een typefout en in een situatie dat het adres totaal niet relevant is – een voorbeeld van een fout in de douaneaangifte.

In de praktijk zullen deze foutjes wellicht niet zo snel leiden tot te weinig betaalde rechten. Navordering, al dan niet met toepassing van een verlengde navorderingstermijn, is dan overbodig. Desalniettemin zijn er heel veel voorbeelden te noemen, waarbij terdege wordt nagevorderd. Het gaat dan vaak over de juistheid van bijvoorbeeld een heffingsgrondslag, toepassing van een verlaagd invoerrecht of antidumpingrecht.

Ook dan merkt de Douane de douaneaangifte aan als een onjuiste douaneaangifte. In sommige gevallen valt voor het standpunt van beide partijen – de Douane en Belanghebbende – wat te zeggen. Is het dan ook terecht dat de verlengde navorderingstermijn wordt toegepast? Dit terwijl u een pleitbaar standpunt heeft?

Dat is anders als u een BTI heeft maar deze bewust niet toepast en een andere goederencode hanteert, bewust relevante gegevens achterwege laat of op de hoogte was van een onjuist oorsprongsbescheid. In die gevallen kunnen we ons nog enigszins voorstellen dat de verlengde navorderingstermijn wordt toegepast.

Voor de volledigheid, merken wij het volgende nog op. Bij een handeling die strafrechtelijk vervolgbaar is, is het niet noodzakelijk dat daadwerkelijk strafrechtelijk vervolgd wordt. Het feit dat de Douane in staat was om de douaneschuld al binnen drie jaar vast te stellen en dit niet heeft gedaan, staat evenmin toepassing van de verlengde navorderingstermijn niet in de weg.

Beleid Douane

Als we naar de letter van de wet kijken, blijkt dat het doen van een onjuiste of onvolledige douaneaangifte altijd al kon worden aangemerkt als een handeling die strafrechtelijk vervolgbaar is.

Uit de praktijk blijkt – terecht – dat de Nederlandse Douane gelukkig niet zo handhaaft. De wetgever heeft waarschijnlijk ook niet bedoeld dat de Douane altijd de verlengde navorderingstermijn zou moeten toepassen.

Controleer altijd tijdig of de UTB terecht is opgelegd

Het is dan ook het beleid van de Douane – ook na de inwerkingtreding van het DWU – dat de Douane in eerste instantie de navorderingstermijn van drie jaar toepast. Alleen als er sprake is van – kortweg gesteld – fraude, past de Douane de verlengde navorderingstermijn toe. Maar onduidelijk is wat de Douane schaart onder “fraude”.

Steeds vaker komen wij in de praktijk tegen dat de Douane, ondanks haar beleid, redelijk eenvoudig de verlengde navorderingstermijn toepast. Onduidelijk is waar de grens ligt.

Aanpassing wetgeving?

Om voor zowel het bedrijfsleven en de Douane duidelijkheid te verschaffen lijkt het ons raadzaam dat de wetgeving wordt aangepast. Het lijkt ons reëel om de verlengde termijn alleen toe te passen voor diegene die bewust of opzettelijk een onjuiste aangifte doet.

Op dit moment is echter niet de verwachting dat dit zal worden gewijzigd. Wellicht zal jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie hier verandering in brengen.

Wat kunt u doen?

Als u een UTB ontvangt, controleer dan altijd of de UTB terecht is opgelegd, klopt het dat de goederen bijvoorbeeld zijn aangegeven met een onjuiste goederencode?  Bent u het oneens met de UTB, dan kunt u hiertegen bezwaar indienen. De termijn die hiervoor staat is zes weken, dus enige haast is wel geboden.

Stel vervolgens vast of de normale termijn van drie jaar of de verlengde navorderingstermijn wordt toegepast. En kijk, bij de verlengde termijn, of de onderbouwing van de Douane voldoende is. Slechts vermelding van “een onjuiste douaneaangifte is een strafrechtelijk vervolgbare handeling en op grond van artikel 103 lid 2 DWU en artikel 7:7 ADW pas ik de verlengde navorderingstermijn toe” is wat ons betreft onvoldoende.

Als de Douane inhoudelijk gelijk heeft, kan het formele recht een uitkomst bieden. Het wel of niet toepassen van de verlengde navorderingstermijn is hier een voorbeeld van.

Conclusie en meer informatie

De wetgeving is op het gebied van de verlengde termijn niet heel erg duidelijk. In de praktijk luidt het credo dat de Douane de verlengde navorderingstermijn alleen toepast bij fraude, maar wat is dat precies? Mocht u een UTB ontvangen waarbij de verlengde navorderingstermijn is toegepast, controleer altijd of dit terecht is!

Wenst u meer informatie over dit onderwerp, bezwaar of beroep tegen een UTB? U kunt in dat geval contact opnemen met info@customsknowledge.nl of bel 0513-689897
 

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.