Rentevergoedingen: een eenzijdig verhaal!

Sommige dingen zijn in het douanerecht vreemd geregeld. Zo ook de betaling en vergoeding van rente. Als schuldenaar bent u namelijk wel rente verschuldigd als de inspecteur meent dat hij moet navorderen, maar als later blijkt dat de UTB ten onrechte is opgelegd dan krijgt u geen rente vergoed. Ook niet als u de UTB heeft betaald of kosten heeft gemaakt om zekerheid te stellen. Deze onevenwichtige aanpak volgt echter wel uit de wet. Of dit ook in de toekomst altijd zo blijft, valt echter te bezien, want diverse partijen leggen zich hier niet bij neer en procederen er over. Wilt u voorkomen dat uw renteclaim ‘verdampt’, dan moet u wel uw rechten veilig stellen.
Door Fred
dinsdag 26 mei
Fred

Rente betalen, maar niet vergoed krijgen

Als u een uitnodiging tot betaling (UTB) krijgt omdat de inspecteur van mening is dat u te weinig douanerechten heeft betaald, wordt ook vaak een bedrag aan rente op achterstallen vermeld. De rente op achterstallen moet u betalen omdat u, volgens de inspecteur, de verschuldigde rechten te laat afdraagt. De inspecteur bedenkt dat niet zelf, maar deze rente is gebaseerd op het Douanewetboek van de Unie, artikel 114. De betalingstermijn van een UTB is over het algemeen 10 dagen. Dan moet u de UTB betaald hebben of zekerheid voor het bedrag hebben gesteld aan de Ontvanger. Of u bezwaar tegen de UTB indient, doet niet ter zake. Het bezwaar schorst namelijk de werking van de UTB niet.

Als later – bijvoorbeeld in bezwaar of beroep – blijkt dat de UTB ten onrechte is opgelegd en u dus gelijk krijgt, dan wordt de UTB en daarmee ook het berekende bedrag aan rente op achterstallen terugbetaald. Het gebeurt regelmatig dat een uitspraak op bezwaar pas na een langere tijd volgt. Een uitspraak van de Rechtbank, het Gerechtshof of de Hoge Raad laat vaak vele jaren op zich wachten. Als u een UTB heeft gekregen voor een fors bedrag, dan heeft u gedurende langere tijd niet de beschikking gehad over dit bedrag. Of soms nog erger, heeft u aan de bank een bedrag moeten betalen vanwege de door de Ontvanger van u verlangde zekerheid voor het op de UTB vermelde bedrag. Als later blijkt dat de UTB ten onrechte is opgelegd en u het geld terug krijgt, dan lijkt het logisch dat u van de Ontvanger een rentevergoeding krijgt. De UTB is immers met uitspraak op bezwaar of de uitspraak van de rechter teruggedraaid en u had het bedrag niet hoeven te betalen of zekerheid hoeven te stellen.

De werkelijkheid is echter anders. Als u aan de Ontvanger vraagt om vergoeding van de rente – vanwege het feit dat het bezwaar is toegewezen en u het eerder ten onrechte betaalde bedrag heeft terug gekregen – komt u van een koude kermis thuis. De Ontvanger zal dan mededelen dat hij u geen rente mag betalen. Ook de Ontvanger verzint dat niet zelf, het blijkt uit artikel 116 lid 6 DWU: “Terugbetaling geeft geen aanleiding tot betaling van rente door de douaneautoriteiten”. Dat is slechts anders als het bedrag niet binnen drie maanden wordt terug betaald nadat blijkt de terugbetaling moet plaatsvinden. Dat is dus bijvoorbeeld het moment dat de uitspraak op bezwaar is gedaan of de uitspraak op beroep.

Nodig om opnieuw de strijd aan te gaan

Naast artikel 116 lid 6 DWU is in Nederland artikel 28c van de Invorderingswet relevant. Hieruit volgt dat de Ontvanger wel rente moet vergoeden in het geval belasting wordt teruggegeven omdat de belasting in strijd met het Unierecht is geheven. Op verzoek van de belastingplichtige wordt dan invorderingsrente vergoed. Kortom bij heffing in strijd met het Unierecht kan wel rente worden vergoed. Echter, helaas is in artikel 27quater Invorderingswet opgenomen dat artikel 28c Invorderingswet niet geldt voor onder andere rechten bij invoer, vertragingsrente en rente op achterstallen. Hoe dit precies moet worden toegepast is enigszins onduidelijk, want de Hoge Raad heeft arrest gewezen over antidumpingheffing en gesteld dat rente toch moet worden vergoed. Dat gold overigens wel onder het CDW en niet het DWU. Wat er ook van zij, de wetgever wil klaarblijkelijk dat u met lege handen staat. Brussel toont zich een slechte verliezer – gezien artikel 116 lid 6 DWU – en blijkbaar mag u al blij zijn dat u de ten onrechte geheven belasting terugkrijgt.

Het is blijkbaar nodig dat hier weer over wordt geprocedeerd. Dat is dan trouwens niet de eerste keer, want ook onder de oude situatie van het CDW zijn twee belangrijke arresten gewezen door het Hof van Justitie: Mariana Irimie (C-565/11) en Wortmann (C-365/15).

Als gevolg van het Mariana Irimie-arrest zou de inspecteur wel een rente moeten vergoeden. Daar ontbrak de wettelijke basis voor en dat is de reden waarom artikel 28c Invorderingswet is opgenomen. In 2017 is het Wortmann-arrest gewezen. Dit arrest had weliswaar betrekking op de oudere wetgeving van het CDW maar geldt in principe – als gevolg van artikel 28c  Invorderingswet – nog steeds. Het Hof van Justitie oordeelde dat op invoerrechten die worden terugbetaald omdat zij in strijd met het Unierecht zijn geïnd, rente vergoed moet worden vanaf de dag dat betaald is. Op 1 mei 2016 is artikel 27quater in de Invorderingswet opgenomen waaruit volgt dat de vergoeding van rente – zoals onder meer opgenomen in artikel 28c – niet van toepassing op onder meer invoerrechten en rente op achterstallen. 

Conclusie is dus dat de Douane louter rente verschuldigd is bij een terugbetaling op grond van artikel 116 lid 6 DWU en dus niet op basis van de Invorderingswet. En dan dus alleen als de betaling van het terug te ontvangen bedrag later dan drie maanden plaatsvindt.

Stel uw rechten veilig

De Ontvanger lijkt het Wortmann-arrest beperkt uit te leggen. Er moet sprake zijn van een Unieregeling die door de rechter ongeldig of nietig is verklaard en pas dan vergoedt de Ontvanger rente. Het is echter de vraag of deze ‘enge’ zienswijze wel juist is. De ongewenste onevenwichtigheid in de DWU-wetgeving – wel de verplichting om rente als schuldenaar te moeten betalen maar geen rechte om rente vergoed te krijgen – roept op tot verzet.

Inmiddels liggen er al meerdere procedures bij de rechter. De roep om opnieuw prejudiciële vragen te stellen bij het hof van Justitie, klinkt steeds luider. De onevenwichtige Uniewetgeving lijkt immers strijdig met de algemene Unierechtelijke beginselen, waaronder de schending van het eigendomsbeginsel.

Om uw rechten veilig te stellen, moet u wel tijdig een verzoek om rentevergoeding hebben ingediend bij de Ontvanger dan wel bezwaar aangetekend tegen een eventuele afwijzende beslissing. Anders loopt u het risico om in de toekomst geen rente te ontvangen nadat een gunstig vonnis is gewezen. 

Meer informatie

Als u meer informatie wil hebben over de rentevergoeding, neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij adviseren u graag en kunnen samen met u vaststellen of het zin heeft om een verzoek in te dienen of zo nodig te procederen. Voor vragen of opmerkingen kunt u contact opnemen via info@customsknowledge.nl of bel naar 0513 - 68 98 97.

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.