Brexit

Op 24 december 2020 is een akkoord gesloten tussen het VK en de EU. De Brexit heeft grote gevolgen voor veel bedrijven. Wij adviseren u graag!

Op 24 december 2020 is een akkoord gesloten tussen het VK en de EU. Het Brexit-akkoord telt vele pagina’s – namelijk 1.449 pagina’s – en is ook op 31 december 2020 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. De inhoud van het Brexit-akkoord is inmiddels in alle EU-talen vertaald en kan worden geraadpleegd via de volgende website. De Nederlandstalige versie is hier te vinden.

Brexit-akkoord – een korte inleiding

Voor de douanepraktijk zijn de meest relevante bepalingen opgenomen in deel twee (Handel, vervoer, visserij en andere regelingen), rubriek één (Handel), titel I (Handel in goederen). Deze titel is onderverdeeld in de volgende hoofdstukken:

  • Hoofdstuk 1: Nationale behandeling en markttoegang voor goederen (met inbegrip van handelsmaatregelen)
  • Hoofdstuk 2: Oorsprongsregels
  • Hoofdstuk 3: Sanitaire en fytosanitaire maatregelen
  • Hoofdstuk 4: Technische handelsbelemmeringen
  • Hoofdstuk 5: Douane en handelsbevordering

Het Brexit-akkoord kent ook een lijst met bijlagen. De bijlagen die relevant voor de douanepraktijk zijn:

  • ORIG-1: Aantekeningen bij de productspecifieke oorsprongsregels
  • ORIG-2: Productspecifieke oorsprongsregels
  • ORIG-2A: Oorsprongscontingenten en alternatieven voor de productspecifieke oorsprongsregels
  • ORIG-2B: Productspecifieke oorsprongsregels voor elektrische accu’s en elektrische overtuigen in de overgangsperiode
  • ORIG-3: Leveranciersverklaring
  • ORIG-4: Tekst van het attest van oorsprong
  • ORIG-5: Gezamenlijke verklaring betreffende het vorstendom Andorra
  • ORIG-6: Gezamenlijke verklaring betreffende de republiek San Marino
  • CUSTMS-1: Geautoriseerde marktdeelnemers

Opvallend is de nummering van de artikelen. Per deelgebied begint de nummering opnieuw en is de naam of de afkorting – in het Engels – van het deelgebied (hoofdstuk) in het artikel opgenomen. Zo wordt in ‘Artikel GOODS.1: Doelstelling’ de doelstelling van het akkoord met betrekking tot de handel in goederen toegelicht en de inhoud van bijvoorbeeld ‘Artikel GOODS.5: Verbod van douanerechten’ laat zich ook eenvoudig raden. Specifieke bepalingen over de oorsprong zijn opgenomen in artikelen met de aanduiding ‘ORIG’ in het nummer van het artikel en bepalingen over Sanitaire en fytosanitaire maatregelen bevatten de letters SPS.

Voor wat betreft douanegerelateerde onderwerpen is uiteraard het meest belangrijke punt dat er geen invoerrechten worden geheven op goederen ‘van oorsprong’. Dat betekent echter nog niet dat iedereen achterover kan leunen. Integendeel, van groot belang is om steeds de oorsprong aan te kunnen tonen. Enerzijds gelden ‘oude en vertrouwde’ hoofdregels, echter handelen op de automatische piloot leidt ongetwijfeld tot problemen. Maar het Brexit-akkoord kent nog veel meer interessante bepalingen.

Hierna zullen wij een aantal onderwerpen nader toelichten die voortvloeien uit het Brexit-akkoord.  Volledigheidshalve merken wij op dat geen rechten kunnen worden ontleend aan deze informatie.

Hierna wordt enkele keren gesproken over ‘partijen’. Hiermee wordt dan de EU of het VK aangeduid.

Geen in- en uitvoerrechten

Binnen het verkeer tussen de EU en het VK geldt in beginsel een verbod op het heffen van invoerrechten en uitvoerrechten. Dat volgt uit ‘Artikel GOODS.5: Verbod van douanerechten’ en ‘Artikel GOODS.6: Uitvoerrechten, uitvoerbelastingen of andere uitvoerheffingen’.

Dit verbod geldt echter uitsluitend voor goederen die ‘van oorsprong’ zijn. Dit is een zeer belangrijke voorwaarde waar een groot aantal bepalingen aan is gewijd. Wij komen hier op terug in het onderdeel oorsprong.

Overigens mogen partijen wel retributies heffen en kosten terugvorderen voor bepaalde specifieke werkzaamheden. Dit volgt uit ‘Artikel GOODS.7: Retributies en formaliteiten’. Die werkzaamheden hebben bijvoorbeeld betrekking op de aanwezigheid, op verzoek, van douanepersoneel buiten de officiële kantooruren, analyses of deskundigenverslagen van goederen, het onderzoek of de monsterneming van goederen voor controledoeleinden of de vernietiging van goederen.

In- en uitvoerbeperkingen en in- en uitvoerverboden

In het Brexit-akkoord zijn een aantal bepalingen opgenomen waarin afspraken zijn vastgelegd over andere tarifaire en non-tarifaire maatregelen dan in- en uitvoerrechten. Deze zijn vastgelegd in de artikelen Goods 10 – 14, waarbij overigens artikel Goods 12 ontbreekt:

  • Artikel GOODS.10: In- en uitvoerbeperkingen
  • Artikel GOODS.11: Invoer- en uitvoermonopolies
  • Artikel GOODS.13: Invoervergunningsprocedures
  • Artikel GOODS.14: Uitvoervergunningsprocedures

Het komt er in het kort op neer dat diverse tarifaire en non-tarifaire maatregelen slechts onder bepaalde omstandigheden mogelijk zijn, waarbij ook de GATT-regels in acht worden genomen. Dat laatste is overigens vanzelfsprekend, want de EU is lid van de WTO (en GATT) en dat geldt nu ook voor het VK.

Een en ander betekent dat er in de toekomst dus ook compenserende rechten en antidumpingrechten kunnen worden ingesteld. Dit volgt ook uit ‘Artikel GOODS.17: Handelsmaatregelen’. Een overzicht van de diverse heffingen die het Verenigd Koninkrijk toepast is te vinden op de volgende website.

Overigens hebben de partijen afgesproken dat als een partij een invoervergunningsprocedure invoert of wijzigt, alle relevante informatie over die procedure online beschikbaar wordt gesteld op een officiële website. Die informatie wordt in beginsel ten minste 21 dagen vóór de datum van toepassing beschikbaar gesteld. Voor uitvoervergunningsprocedures is afgesproken dat instelling of wijziging in beginsel 45 dagen voorafgaand op een officiële website wordt gepubliceerd.

Douanewaarde en classificatie

De meest eenvoudige onderwerpen betreffen de douanewaarde en classificatie van goederen.

De bepaling over de indeling van goederen, ofwel classificatie, is vastgelegd in ‘Artikel GOODS.3A: Indeling van goederen’. Blijkbaar is deze bepaling – gezien de nummering – later ingelast. Het zal niet verbazen dat beide partijen goederencodes hanteren die in overeenstemming zijn met het geharmoniseerd systeem. Dat betekent dus dat de eerste zes cijfers hetzelfde zijn, maar dat het VK op meer detailniveau andere codes kan vaststellen dan de GN-code en Taric-code die in de EU worden gehanteerd.

Op de volgende website kunt u de goederencodes raadplegen en vaststellen zoals deze van toepassing zijn in het VK. Ook is het mogelijk om de hoogte van het douanerecht hiermee vast te stellen.

Er zijn geen afspraken gemaakt over de geldigheid van eerder afgegeven bindende tariefinlichtingen (BTI’s). Eerder in het VK afgegeven BTI’s zijn dus definitief niet meer geldig in de EU. Wel zijn in het Brexit-akkoord bepalingen opgenomen waaruit blijkt dat marktdeelnemers aan de autoriteiten van de andere partij een soort van bindende inlichting kunnen vragen. Het Brexit-akkoord spreekt in dit kader over ‘voorafgaande beslissingen’. Deze voorafgaande beslissingen kunnen in ieder geval worden aangevraagd inzake de tariefindeling van goederen en de oorsprong van de goederen. Een en ander volgt uit ‘Artikel CUSTMS.11: Voorafgaande besluiten’.

In artikel ‘GOODS.15: Douanewaarde’ is bepaald dat beide partijen – het VK en de EU – de douanewaarde berekenen met inachtneming van de bepalingen van wereldwijde GATT- en WTO-afspraken. Meer specifiek gaat het om artikel VII van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake de douanewaarde. Hierdoor wijzigt niet veel. In de EU blijven de gewone regels van het DWU van toepassing en op details kan het VK nog enkele bepalingen vaststellen. Die VK-bepalingen kunnen dan niet afwijken van de hoofdregels.

Oorsprong – inleiding

De meest uitgebreide bepalingen zijn opgenomen over de preferentiële oorsprong. Nadrukkelijk gelden de in het Brexit-akkoord opgenomen bepalingen alleen voor de preferentiële oorsprong en niet op de oorsprong ter bepaling van antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsonderzoeken en -maatregelen. Dit volgt uit ‘Artikel GOODS.17: Handelsmaatregelen lid 2’ en uit ‘Artikel ORIG.1: Doelstelling’. De bepalingen in ‘Hoofdstuk 2: Oorsprongsregels’ hebben tot doel om de bepalingen vast te stellen met het oog op de toepassing van een preferentiële tariefbehandeling.

Evenals in andere oorsprongsprotocollen, zijn in het Brexit-akkoord de vaste oorsprongsonderwerpen opgenomen, zoals de algemene vereisten om voor oorsprong in aanmerking te kunnen komen, cumulatie van oorsprong, volledig verkregen producten en ontoereikende productie (in andere protocollen meestal aangeduid als ontoereikende bewerking). In het oog springend is de manier waarop een beroep kan worden gedaan op een preferentiële tariefbehandeling. Dit is mogelijk op basis van een door de exporteur opgesteld attest van oorsprong, waaruit blijkt dat het product van oorsprong is, maar ook op basis van de aan de importeur bekende informatie dat het product van oorsprong is. Dat lijkt nogal vrijblijvend, maar er zijn nog wel nadere voorwaarden aan verbonden.

Als een product niet volledig in één of beide partijen is verkregen (normaal ook aangeduid als ‘geheel en al verkregen’) dan gelden specifieke voorwaarden voor de niet van oorsprong zijnde materialen. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van het product waarvan de oorsprong moet worden vastgesteld. Voor alle soorten producten – hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 97 van het geharmoniseerd systeem – zijn de productspecifieke oorsprongsregels opgenomen in bijlage ‘ORIG-2: Productspecifieke oorsprongsregels’ en in bijlage ‘ORIG-1: Aantekeningen bij de productspecifieke oorsprongsregels’ is een toelichting opgenomen.

We merken dat bedrijven veel uitdagingen ervaren met het vaststellen van de juiste oorsprong. Dat is al helemaal het geval bij goederen die vanuit de EU naar het VK gaan en vervolgens weer terug komen. Een veel gehoorde opmerking is dat het toch niet zo kan zijn dat dan douanerechten moeten worden betaald. De waarheid is echter veelal hard en duidelijk. De Brexit heeft nu eenmaal gevolgen en die kunnen zijn zeker op dit gebied groot zijn. Uiteraard kunnen we u graag verder adviseren ingeval u een specifieke vraag heeft.

Douanevervoer en doorvoer

Hoewel het VK vanaf 1 januari 2021 niet meer gebruik kan maken van Uniedouanevervoer, is het VK vanaf die datum ook toegetreden tot de overeenkomst van het gemeenschappelijk douanevervoer. Dat was al duidelijk voordat het Brexit-akkoord werd afgesloten en er zijn dan ook weinig tot geen specifieke bepalingen in het Brexit-akkoord over opgenomen. Wel is in ‘Artikel GOODS.4A: Vrijheid van doorvoer’ opgenomen dat beide partijen ‘vrijheid van doorvoer’ verlenen over hun grondgebied voor transitovervoer naar of van het grondgebied van de andere partij of van een ander derde land.

Ook zijn nadere bepalingen opgenomen in ‘Artikel CUSTMS.6: Doorvoer en overlading’.

Tijdelijke invoer en ATA

In ‘Artikel CUSTMS.16: Tijdelijke toelating’ is voorzien in de mogelijkheid van tijdelijke invoer, in het Brexit-akkoord ook aangeduid als tijdelijke toelating. Deze tijdelijke invoer maakt het mogelijk dat goederen met volledige voorwaardelijke vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerbeperkingen of -verboden van economische aard worden toegelaten. Deze mogelijkheid geldt voor specifieke groepen goederen zoals:

  1. goederen die bestemd zijn om op tentoonstellingen, beurzen, bijeenkomsten of soortgelijke evenementen te worden tentoongesteld of gebruikt
  2. beroepsuitrusting
  3. goederen die in het kader van een handelsactiviteit worden ingevoerd, maar waarvan de invoer op zich geen handelsverrichting is (zoals de invoer van verpakkingsmiddelen, pallets of monsters)
  4. goederen die in verband met een fabricagehandeling worden ingevoerd (matrijzen, blokken, platen, vormen, tekeningen en dergelijke)
  5. goederen voor educatieve, wetenschappelijke of culturele doeleinden worden ingevoerd
  6. persoonlijke bezittingen
  7. toeristisch reclamemateriaal
  8. goederen die worden ingevoerd voor humanitaire doeleinden
  9. dieren die worden ingevoerd voor specifieke doeleinden (dressage, opleiding, fokken, schieten of wegen, diergeneeskundige behandeling, testen)

Gerepareerde en gereviseerde goederen

In artikel ‘Artikel GOODS.8: Gerepareerde goederen’ en ‘Artikel GOODS.9: Gereviseerde goederen’ zijn specifieke bepalingen opgenomen voor, zoals het artikel al zegt, gerepareerde en gereviseerde goederen. Voor goederen die opnieuw binnenkomen nadat ze in het grondgebied van de andere partij zijn gerepareerd, worden geen douanerechten toegepast. Het komt enigszins neer op een regeling actieve en passieve veredeling. Die vrijstelling wordt toegepast, ongeacht de oorsprong. Wel zijn er enkele voorwaarden. Overigens wordt ‘reparatie’ gedefinieerd in artikel ‘GOODS.3: Definities sub h’.

Voor gereviseerde goederen gelden verdergaande vrijstellingen, in die zin dat invoer- en uitvoerverboden of invoer- en uitvoerbeperkingen niet worden toegepast. Wat wordt verstaan onder ‘gereviseerde goederen’ volgt uit de definitiebepalingen in artikel ‘GOODS.3: Definities sub g’. Deze vrijstelling geldt alleen voor goederen ingedeeld in hoofdstuk 32, 40, 84 tot en met 90, 94 of 95 van het geharmoniseerd systeem, alsmede onder de voorwaarde dat het gereviseerde goed:

  1. geheel of gedeeltelijk bestaat uit onderdelen die zijn verkregen uit gebruikte goederen;
  2. een met deze goederen, indien nieuw, vergelijkbare levensduur heeft en met deze goederen, indien nieuw, vergelijkbare prestaties levert, en
  3. waarvoor een garantie is afgegeven die equivalent is aan die welke voor deze goederen, indien nieuw, geldt.

Douaneprocedures

Het Brexit-akkoord voorziet ook in diverse artikelen waarin afspraken zijn gemaakt over het doen van een douaneaangifte. Zo zijn in ‘Artikel CUSTMS.4: Vrijgave van goederen’ een reeks van regels opgenomen over de vrijgave van de goederen, risicoanalyse en steekproefsgewijze controles alsmede zekerheid bij vrijgave.

In ‘Artikel CUSTMS.5: Vereenvoudigde douaneprocedures’ is vastgelegd dat partijen voorzien in vereenvoudigingen van vereisten en formaliteiten voor douaneprocedures met het oog op een besparing van tijd en kosten voor handelaren of marktdeelnemers. Het komt er op neer dat diverse vereenvoudigingen vanuit het DWU ook in de nieuwe situatie na de Brexit in het VK van toepassing zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om douaneaangiften die een beperkte reeks gegevens of bewijsstukken bevatten, periodieke douaneaangiften voor de bepaling en betaling van douanerechten en belastingen met betrekking tot meerdere invoerhandelingen binnen een bepaald tijdvak, uitstel van betaling en ontheffing van de verplichting tot zekerheidstelling.

Geautoriseerde marktdeelnemer (AEO)

In ‘Artikel CUSTMS.9: Geautoriseerde marktdeelnemers’ is vastgelegd dat de AEO-status over en weer wordt erkend, althans als aan de criteria wordt voldaan zoals vastgelegd in ‘bijlage CUSTMS-1 [Geautoriseerde marktdeelnemers]’. Deze criteria zijn gelijk aan de criteria zoals die ook zijn vastgelegd in artikel 39 DWU.

Voorafgaande beslissingen (bindende inlichtingen)

Zoals hiervoor al kort toegelicht, bevat ‘Artikel CUSTMS.11: Voorafgaande besluiten’ bepalingen over een equivalent van bindende inlichtingen. Hoewel de titel van het artikel voorafgaande besluiten luidt, wordt in het artikel verder gesproken over voorafgaande beslissingen.

Zo’n voorafgaande beslissing kan door een marktdeelnemer worden aangevraagd zodat duidelijkheid ontstaat over de “behandeling [die] aan de betrokken goederen wordt toegekend”. Zo’n beslissing geldt voor een periode van ten minste drie jaar en is bindend voor de douaneautoriteit ten aanzien van de aanvrager die om de voorafgaande beslissing heeft verzocht.

Een voorafgaande beslissing kan in ieder geval worden aangevraagd voor de tariefindeling en oorsprong van de goederen.

Bezwaar en beroep in douaneprocedures

Het Brexit-akkoord bevat in ‘Artikel CUSTMS.14: Toetsing en beroep’ de verplichting dat de wetgeving voorziet in doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratief handelen, administratieve besluiten en besluiten van de douaneautoriteiten of andere bevoegde instanties betreffende de in-, uit- of doorvoer van goederen waarborgen.

Die procedures moeten in ieder geval bestaan uit twee fasen, namelijk 1) administratief beroep bij of administratieve toetsing door een hoger bestuursorgaan of een bestuursorgaan dat onafhankelijk is van de functionaris of de dienst die het besluit heeft genomen en 2) beroep in rechte tegen of rechterlijke toetsing van het besluit.

De vraag zou kunnen worden gesteld in hoeverre Nederland – als lidstaat van de EU – hierin daadwerkelijk voorziet. Immers, beroepsprocedures bij de Rechtbank Noord-Holland hebben een lange doorlooptijd waarbij anderhalf of twee jaar geen uitzondering is. In zoverre kan dan moeilijk worden gesproken over een doeltreffende, snelle en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep mogelijk maakt.

Veterinaire en fytosanitaire controles

Door de Brexit gelden bij invoer in de EU en het VK alsook bij uitvoer veterinaire en fytosanitaire maatregelen. In het Brexit-akkoord wordt dit aangeduid met sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Hoewel hier in het Brexit-akkoord een separaat hoofdstuk aan is gewijd – hoofdstuk 3. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen – zijn er weinig vrijstellingen op dit gebied. Onverkort geldt vanaf 1 januari 2021 een veelheid aan regels, zowel in de EU als het VK.

Óf en welke regels en formaliteiten van toepassing zijn, is voornamelijk afhankelijk van het soort product. Het moge duidelijk zijn dat bij de invoer van levend vee of vlees, vergaande veterinaire maatregelen gelden. Maar bij samengestelde producten, bijvoorbeeld bouillonpoeder, is dat minder evident. Daarom gelden gedetailleerde en specifieke regels om vast te stellen of een product aan controles en formaliteiten onderhevig is. Als u meer wil weten of uw producten als zodanig kwalificeren, neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

De formaliteiten bij invoer in de EU gelden per direct, ofwel per 1 januari 2021. Bij de invoer in het VK is er gekozen voor een gefaseerde implementatie, namelijk per 1 januari, 1 april en 1 juli 2021. Ook hierbij is de aard van de goederen bepalend om vast te stellen vanaf wanneer aan de formaliteiten moet worden voldaan.

Publicaties

Handel vanuit VK naar EU na 1 januari 2021

Hoewel er nog druk onderhandeld wordt, komt 1 januari 2021 steeds dichterbij en daarmee ook het eind van de overgangsperiode. Het zou natuurlijk kunnen dat de onderhandelaars met de champagne in de hand alsnog tot verregaande afspraken komen, maar het is niet onverstandig om er rekening mee te houden dat het toch een harde ‘Brexit’ wordt. Wat verandert er dan, wat betekent dat? In deze bijdrage uiteraard geen volledige verhandeling van alle aspecten van ‘de Brexit’, maar ingezoomd op een aantal regelmatig voorkomende situaties met betrekking tot goederen die – voorheen – zonder meer konden worden vervoerd naar Nederland en waar na 1 januari 2021 toch wat extra aandacht voor nodig is.

Meer...

Wees voorbereid; doe de Brexit Impact Scan

Is uw bedrijf goed voorbereid?

Meer...