Preferentiële oorsprong

Steeds vaker bestellen consumenten en bedrijven goederen via e-commerce. Ook binnen de douanepraktijk is e-commerce een belangrijk thema omdat dit leidt tot hele andere processen en risico’s. In de media worden in dit kader grootschalige BTW-fraudes genoemd, maar ook discussie over de douanewaarde of de juistheid van de goederencode is een terugkerend fenomeen bij e-commerce. Er zijn echter ook genoeg partijen die juist wel correcte aangiften willen doen, juist binnen e-commerce.

In bepaalde gevallen kan gebruik worden gemaakt van een verlaagd tarief bij invoer van de goederen. Dat is het geval als de goederen komen uit een land waarmee de EU een handelsovereenkomst heeft gesloten. Ook is het mogelijk voor de invoer vanuit bepaalde minder ontwikkelde landen. De importeur moet dan wel door middel van een oorsprongsbescheid de preferentiële oorsprong aantonen. De leverancier vraagt het oorsprongsbescheid aan bij de bevoegde autoriteit van het land van oorsprong van de goederen. De leverancier overlegt vervolgens het oorsprongsbescheid aan de importeur overleggen. De importeur kan dan door middel van het overleggen van het oorsprongsbescheid de preferentiële oorsprong aantonen. Dit komt veel voor in de traditionele handel.

Bij e-commerce zien we dat haast nooit een preferentieel ofwel verlaagd tarief wordt geclaimd. Dat kan meestal ook niet, want er is meestal helemaal geen contact tussen de daadwerkelijke producent of leverancier en de afnemer. Alle (digitale) correspondentie gaat via de website of het platform waarop de goederen zijn gekocht. Het is dan ook uitzonderlijk dat een oorsprongsbescheid kan worden overgelegd dat daadwerkelijk voor die ene zending van toepassing is.

Een andere oorzaak waarom preferentiële oorsprong haast nooit wordt geclaimd, heeft te maken met het feit dat de goederen uit China komen. Voor de invoer van goederen met oorsprong China  is simpelweg – ook bij traditionele handel – geen preferentieel tarief van toepassing.