Maandkrediet: risico voor douane-expediteur

Veel bedrijven die zich bezig houden met in- en uitvoer maken gebruik van douane-expediteurs. Hiervoor worden vertegenwoordigingsovereenkomsten afgesloten. De douane-expediteur doet dit om niet voor een douaneschuld te worden aangesproken. Recent heeft de Rechtbank Noord-Holland een uitspraak gedaan waarbij de expediteur niet op basis van het douanerecht wordt aangesproken om een douaneschuld te voldoen, maar op basis van civielrechtelijke gronden. Hoe dit precies zit, leest u hierna.
Door Erwin
donderdag 10 oktober
Erwin

1.    Vertegenwoordiging


Ondernemingen die goederen in- of uitvoeren, kunnen douaneformaliteiten zelf verzorgen. Maar vaak worden ze bijgestaan door douane- expediteurs die helpen bij de verschillende douaneformaliteiten. Veelal vertegenwoordigen de douane-expediteurs dan ook deze ondernemingen. Om een onderneming voor de douaneformaliteiten te vertegenwoordigen zijn er twee smaken, de indirecte en directe vertegenwoordiging.
Indirecte vertegenwoordiging houdt in dat de aangiften op naam van de douane-expediteur, maar voor rekening van de opdrachtgever worden verricht. Een eventuele uitnodiging tot betaling (“UTB”) wordt zowel opgelegd aan de douane-expediteur als aan de opdrachtgever. Beide partijen zijn namelijk aansprakelijk voor de douane en/of fiscale gevolgen van een douaneaangifte.
Directe vertegenwoordiging houdt in dat de aangiften worden verzorgd door de douane-expediteur maar op naam en voor rekening van de opdrachtgever. Een UTB wordt dan ook opgelegd aan de opdrachtgever en niet aan de douane-expediteur. Dit brengt met zich mee dat in beginsel alleen de opdrachtgever wordt aangesproken voor rechten bij invoer en andere belastingen, zoals de BTW.
Bij directe vertegenwoordiging dient de douane-expediteur zich goed te realiseren dat hij niet van alle aansprakelijkheid gevrijwaard blijft. Zo wordt de douane-expediteur aangesproken voor een douaneschuld indien de volmacht niet juist is overeengekomen. Denk hierbij aan een persoon die niet bevoegd is om de overeenkomst te tekenen. Als de Douane dat constateert, wordt de douaneschuld bij de douane-expediteur nagevorderd. De douane-expediteur wordt namelijk dan geacht in eigen naam en voor eigen rekening te hebben gehandeld.  Het hiervoor beschreven vindt zijn basis in de douanewetgeving.

Een douane-expediteur kan dus onder omstandigheden op grond van douanewetgeving ondanks de directe vertegenwoordiging gehouden zijn alsnog de douaneschuld te voldoen.


2.    Casus maandkrediet

Uit een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, gewezen op 18 juli 2019 (ECLI:NL:RBNHO:2019:6475), blijkt echter dat een douane-expediteur niet alleen op basis van douanewetgeving aansprakelijk is om een douaneschuld te voldoen. Ook op een civielrechtelijke basis kan hij worden aangesproken.
De casus was als volgt. Een douane-expediteur verzorgt als directe vertegenwoordiger invoeraangiften voor zonnepanelen. Deze aangiften vermelden als land van oorsprong Taiwan. De Douane voert een controle uit en komt dat tot de conclusie dat Taiwan niet het land van oorsprong is. Dit is namelijk China. Als gevolg worden er UTB’s opgelegd aan de importeur. Daarnaast wordt er viermaal een ‘Mededeling financiële aansprakelijkheid’ verstuurd aan de douane-expediteur. De Douane informeert hiermee de douane-expediteur dat hij onder omstandigheden financieel aansprakelijk wordt gesteld.
Verder is het van belang dat de Douane een betalingsfaciliteit heeft verleend aan de douane-expediteur, de zogenaamde uitstelregeling maandkrediet. Hiervoor heeft de douane-expediteur aan de Douane een zekerheidstelling verleend. In de (civiele) vertegenwoordigingsovereenkomst tussen de douane-expediteur en de importeur is onder andere overeengekomen dat gebruik wordt gemaakt van deze faciliteit. De aangiften die zijn ingediend door de douane-expediteur, zijn dan ook voldaan door gebruik te maken van deze faciliteit.


3.    Geschil

Na het opleggen van de UTB’s wil de douane-expediteur zowel tegen de UTB’s als de ‘Mededelingen financiële aansprakelijkheid’ in bezwaar. Dit omdat zij haar rechtstreeks en individueel raken, althans dat is de stelling van de douane-expediteur.
De Douane ziet dit echter anders. Volgens de Douane is de douane-expediteur geen geadresseerde van de UTB’s en is zij ook geen douaneschuldenaar. De Douane is daarom van mening dat de door de douane-expediteur ingediende bezwaren niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Bovendien worden de ‘Mededelingen financiële aansprakelijkheid’ niet als voor bewaar vatbare beschikkingen gezien omdat deze mededelingen geen rechtsgevolgen hebben, aldus de Douane. Ze zijn enkel zorgvuldigheidshalve verstuurd, dit om er op te wijzen dat de douane-expediteur financieel aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor de verschuldigde bedragen indien de douaneschuld niet wordt betaald door de importeur. Alleen de importeur zelf kan tegen de UTB’s in bezwaar gaan.   


4.    Oordeel Rechtbank

De Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de UTB’s beschikkingen zijn. Echter, de douane-expediteur wordt daardoor niet rechtstreeks geraakt. Deze handelde namelijk als directe vertegenwoordiger en kwalificeert daardoor niet als douaneschuldenaar. Dat de douaneschuld vervolgens wel door de douane-expediteur wordt verschuldigd, vindt grond in de civielrechtelijke overeenkomst tussen de douane-expediteur en de importeur enerzijds en de door douane-expediteur verleende zekerheidsstelling aan de Douane anderzijds. Er is namelijk overeengekomen dat gebruik wordt gemaakt van de betalingsfaciliteit. Dit in combinatie met de zekerheidstelling, verleend aan de Douane, leidt er toe dat de douane-expediteur de verschuldigde douanerechten moet voldoen.


Verder oordeelt de Rechtbank dat de ‘Mededeling financiële aansprakelijkheid’ puur informatief van aard is en daardoor niet als een besluit waartegen een rechtsmiddel open staat.


Als gevolg van deze oordelen komt de Rechtbank dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren. De douane-expediteur had namelijk aangevoerd dat zij al niet meer kon worden aangesproken omdat de UTB’s na einde verificatie waren opgelegd. Maar gezien de niet-ontvankelijkheid wordt dit punt niet beoordeeld.

Ook na het verificatieproces kan op een civielrechtelijke basis een douaneschuld worden geïnd bij de douane-expediteur. Het in eerste instantie verlenen van zekerheid aan de Douane, brengt dus beslist wel risico’s met zich mee.


5.    En nu?

Conclusie is dus dat ondanks het feit dat douanerechtelijk geen grond bestaat om de douaneschuld bij de douane-expediteur te innen, civielrechtelijk die mogelijkheid terdege bestaat. Ook na het verificatieproces kan op een civielrechtelijke basis een douaneschuld worden geïnd bij de douane-expediteur. Het in eerste instantie verlenen van zekerheid aan de Douane, brengt dus beslist wel risico’s met zich mee.

Voor de douane-expediteur bestaat de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Daarnaast bestond er destijds voor de douane-expediteur nog een optie. De douane-expediteur kon namelijk de volmacht nog eens bestuderen. Dit met het idee om te bepalen of de volmacht op rechtsgeldige wijze was afgegeven. Indien de volmacht ongeldig blijkt te zijn, wordt de douane-expediteur namelijk wel als douaneschuldenaar aangemerkt. En als douaneschuldenaar is het mogelijk om in bezwaar te gaan tegen de UTB’s. Gebruik maken van deze optie had echter binnen de bezwaarstermijn gemoeten en deze is inmiddels verlopen.
Mocht u als douane-expediteur handelen en wilt u meer inzicht in het feit of u uw vertegenwoordiging goed heeft geregeld? Of wilt u weten welke risico’s bij maandkrediet spelen. Wij staan voor u klaar, stuur gerust een mail aan info@customsknowledge.nl of bel ons op 0513-689897.  
 

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.