Publicaties

AEO en de internal auditor

Hoewel de meeste bedrijven met de AEO-vergunning inmiddels het belang van AEO-monitoring begrijpen, maakt dit nog niet dat elk bedrijf voldoende maatregelen neemt. Vooral het uitvoeren van interne controles en interne audits wil nog weleens achterwege blijven. Hierdoor wordt onvoldoende ge(waar)borgd dat procedures daadwerkelijk worden gevolgd en zo nodig correctieve of preventieve maatregelen worden genomen. Wil je zo’n interne controle of interne audit uitvoeren, dan moet je daarvoor medewerkers hebben die daartoe in staat zijn. In dit artikel gaan wij dieper in op de internal auditor.

AEO en monitoring: risico of kans?

Uw onderneming beschikt wellicht al enige jaren over een AEO-vergunning (“Authorised Economic Operator”). Dan heeft u inmiddels ook al een of meerdere externe audits van de Douane achter de rug. Om een dergelijke toetsing met goed gevolg te kunnen doorstaan, moet u aan de douane-auditors kunnen aantonen dat u ‘in control’ bent. Daartoe dient u de processen waarop AEO ziet te monitoren. De monitoring is een intensieve bezigheid en wordt in veel ondernemingen als een noodzakelijk kwaad gezien. Ondernemers zijn druk met ondernemen. Daarbij is “douane”, laat staan AEO en monitoring, vaak niet de “core-business”. Echter, als u de gedachte van AEO doorgrondt, dan is het logisch om daadwerkelijk te willen voldoen aan de AEO-monitoringseisen. In dit artikel ga ik in op de kansen die AEO-monitoring uw onderneming biedt.

Het belang van een goed customs-compliance team

Veel bedrijven hebben een AEO-vergunning en zijn verplicht hun monitoring op orde te hebben. Een groot aantal bedrijven heeft een AEO-control framework ingericht. Een digitaal of papieren systeem van procedures, interne controles, audits en registraties met als doel in control blijven. Maar hoe goed een systeem ook is, het valt of staat met de gebruiker. Het is daarom van belang een goed (AEO-)compliance team op te zetten, zodat optimaal gebruik wordt gemaakt van het systeem. In deze bijdrage gaan we in op de manier waarop dit kan worden gerealiseerd.

Douanewaarde en Incoterms

De douanewaarde is de waarde die goederen bij invoer hebben aan de buitengrens van de EU. In de meeste gevallen betaalt u ‘ad valorem’ invoerrechten voor de goederen die u importeert van buiten de EU. Een ‘ad valorem’ heffing is een heffing naar waarde. De Douane heft in dit geval een percentage aan invoerrechten over de douanewaarde van de ingevoerde goederen. Het is van belang om de juiste douanewaarde te hanteren voor de berekening van het bedrag aan invoerrechten. De praktijk leert dat het vaststellen van de juiste douanewaarde niet altijd even gemakkelijk is. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van Incoterms (leveringscondities) bij het bepalen van de douanewaarde.

Voorraadverplaatsingen en douanewaarde

De douanewaarde wordt in veruit de meeste gevallen bepaald op basis van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Dat betekent dat een verkoop plaatsvindt voor uitvoer naar de EU en dat de transactie kan worden gebruikt voor het bepalen van de douanewaarde. Bij voorraadverplaatsingen heeft nog geen verkoop plaatsgevonden. Een onderneming verplaatst voorraad vanuit een derde land naar de EU. De goederen worden vervolgens in het vrije verkeer gebracht. Welke waarde moet dan worden gebruikt om de douanewaarde te bepalen?

Pleitbaar standpunt en art. 10:5 ADW

In hoeverre is een pleitbaar standpunt ‘haalbaar’ in douanekwesties? Die vraag speelde begin dit jaar bij het Gerechtshof Den Haag in een strafzaak waarbij de verdachte onderneming als (in)direct vertegenwoordiger aangiftes had verzorgd voor haar opdrachtgever. Na een controle na invoer (CNI) was door de Douane een andere goederencode toegekend aan de aangegeven producten. Dat gebeurt wel vaker. Echter, in dit geval werd door de Douane een strafrechtelijke afdoening ingezet waardoor de discussie een meer juridisch karakter kreeg en zo ook de vraag opkwam in hoeverre een beroep op een pleitbaar standpunt kan worden gedaan.

Opzet moet worden bewezen

In onze adviespraktijk zien we voorbeelden dat op een Fiscale Strafbeschikking (‘FSB’) ineens grove schuld of opzet ten laste wordt gelegd, zonder dat hiervoor concreet bewijs te vinden is in het dossier. De verdachte rechtspersoon is hierover niet gehoord en heeft zich daar dus niet tegen kunnen verdedigen. Over het algemeen geldt bovendien dat FSB’s slechts summier gemotiveerd zijn, niet alleen voor wat betreft de kwalificatie opzet, maar in algemene zin waardoor onduidelijk is welke bewijsmiddelen aan de FSB ten grondslag liggen. Dat de rechterlijke niet onverkort meegaat in de gedachtegang van de Douane en kritisch toetst aan alle bestanddelen van de delictsomschrijving, blijkt uit diverse uitspraken. Aan de hand van enkele van deze uitspraken wordt in deze bijdrage uiteen gezet hoe strafrechters opzet wegen in het douanestrafrecht.

Beschermde planten of dieren invoeren? Denk om - geldige - documentatie!

Bij de invoer van beschermde planten- en diersoorten (of producten hiervan) bestaat een groot scala aan formaliteiten. U dient zich namelijk te houden aan de Wet natuurbescherming, de CITES-regels en de regels uit verschillende Europese verordeningen die betrekking hebben op de bescherming van in het wild levende planten- en diersoorten. Zo kan het zijn dat u voor de invoer van uw product in het bezit moet zijn van een geldige CITES-invoervergunning of moet u een verklaring van oorsprong overleggen vóórdat u invoert.

Wanneer ageren op een vermeende onregelmatigheid?

Wanneer de Douane van mening is dat u een strafbaar feit heeft gepleegd, dan merkt zij u aan als verdachte. Laten we ‘het doen van een onjuiste aangifte’ als voorbeeld nemen. In plaats van goederencode A, heeft u per ongeluk goederencode B aangegeven. Uiteindelijk kan deze verdenking leiden tot het opleggen van een Fiscale Strafbeschikking (FSB). Deze vorm van bestraffing door de Douane is mogelijk sinds 2011 door de invoering van de Wet OM-afdoening. Deze wet beoogt onder andere de rechterlijke macht te ontlasten door de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten. Een FSB is een strafrechtelijke veroordeling zonder tussenkomst van een rechter of Openbaar Ministerie. Het gros van de bedrijven betaalt stelselmatig deze boetes zonder zich ooit te verdiepen in, laat staan te verdedigen tégen, een FSB. Het proces tot het opleggen van een FSB lijkt echter met steeds minder waarborgen omgeven, waardoor niet tijdig reageren slecht te repareren valt.

Strafbeschikking bij indelingskwesties; een bijzonder geval

Bij overtreding van de Algemene douanewet kunnen zowel bestuurlijke boetes als strafrechtelijke boetes worden uitgedeeld. Het hangt er vanaf welke – verboden – handeling is verricht of ten onrechte niet is verricht (omissiedelict). Bij overtreding van de bepalingen uit hoofdstuk 9 kan een bestuurlijke boete worden opgelegd, bij overtredingen van de bepalingen in hoofdstuk 10 kan een strafbeschikking worden opgelegd. Met andere woorden: hoofdstuk 9 ziet op bestuursrechtelijke afdoening, hoofdstuk 10 op strafrechtelijke afdoening.

Maandkrediet: risico voor douane-expediteur

Veel bedrijven die zich bezig houden met in- en uitvoer maken gebruik van douane-expediteurs. Hiervoor worden vertegenwoordigingsovereenkomsten afgesloten. De douane-expediteur doet dit om niet voor een douaneschuld te worden aangesproken. Recent heeft het Gerechtshof Amsterdam de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland bevestigd, waarbij de expediteur niet op basis van het douanerecht wordt aangesproken om een douaneschuld te voldoen, maar op basis van civielrechtelijke gronden. Hoe dit precies zit, leest u hierna.

Controles door de NVWA | procederen tegen de NVWA

Bij de invoer van veterinaire producten, speelt niet alleen de Douane een belangrijke rol, maar ook de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, ofwel NVWA. Gezamenlijk voeren de NVWA en de Douane de DOM-controle uit, ofwel de documentencontrole, overeenstemmingscontrole en een materiële controle.

Incoterms & Douane: snel gemaakte fouten

De Incoterms zijn leveringsvoorwaarden die de koper en de verkoper met elkaar overeenkomen. De Incoterms worden sinds 1936 wereldwijd gebruikt. Elke 10 jaar worden de Incoterms herzien. In 2020 is dit voor de laatste keer gebeurd. De Incoterms zijn ook van belang in het kader van douane gerelateerde onderwerpen. Zo wordt onder andere aan de hand van de Incoterm afgesproken wie verantwoordelijk is voor de in- en uitvoerformaliteiten. Daarnaast is een deel van de bijtel- en aftrekelementen voor de berekening van de douanewaarde afhankelijk van de Incoterm. In deze bijdrage zijn vijf snel gemaakte fouten beschreven. Doe uw voordeel ermee!

Antidumpingheffing; niet altijd een voldongen feit!

In bepaalde gevallen heft de Douane een antidumpingheffing. Deze heffing bestaat om tegen te gaan dat producten op de Europese markt worden verkocht tegen een (te) lage prijs. Zo’n antidumpingheffing wordt ingesteld op verzoek van de Europese markt en er moet eerst een uitgebreide procedure worden gevolgd, voordat de heffing mogelijk is. Het Hof van Justitie heeft de afgelopen jaren diverse arresten gewezen waarbij is vastgesteld dat een verordening waarmee de instelling van een antidumpingheffing ongeldig blijkt te zijn. Dat betekent dat de heffing niet verschuldigd was. U moet dan wel tijdig bezwaar maken of een verzoek om terugbetaling indienen.

De navorderingstermijn in het douanerecht: wordt vijf jaar de ‘standaard’?

Als de Douane bij een controle constateert dat te weinig douanerechten zijn afgedragen, kan de Douane deze douanerechten navorderen. Die navordering hoeft niet beperkt te worden tot die ene aangifte, maar kan worden toegepast met terugwerkende kracht. Dat is zeker het geval bij een controle na invoer (CNI). Sinds de inwerkingtreding van het DWU per 1 mei 2016 zien wij in de praktijk dat de Douane steeds vaker terugvordert over een periode van vijf jaar en gebruik maakt van de verlengde navorderingstermijn. Waar ligt de grens om na te vorderen door de Douane buiten de reguliere termijn van drie jaar. Is het wel zo eenvoudig als het lijkt?

Douane en strafrecht: “ik heb niets te verbergen”

De strafrechtelijke afhandeling van onregelmatigheden binnen het douanerecht is vaak een onbekend terrein. Op zich geen reden tot paniek, zolang u maar weet wat u kan, mag en moet doen richting de Douane. U kunt uzelf een hoop onheil besparen als u weet wat uw rechten en plichten zijn.

Vergunningen en douaneplanning: optimaal gebruik maken van douanewetgeving

Waarom invoerrechten betalen, als het niet hoeft? Het lijkt misschien alsof geen enkele onderneming invoerrechten betaalt als dat niet hoeft, maar niets is minder waar. Sommige ondernemingen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden die de douanewetgeving biedt. Of ze zijn niet zo ingericht dat ze optimaal gebruik kunnen maken van de verschillende opties. De diverse douaneregelingen, maar ook tariefschorsingen of overeenkomsten die de EU heeft gesloten met derde landen, kunnen grote voordelen bieden. In deze bijdrage zijn de diverse mogelijkheden opgenomen.

Douaneplanning en vergunningen: optimaal gebruikmaken van douanewetgeving

Waarom invoerrechten betalen, als het niet hoeft? Het lijkt misschien alsof geen enkele onderneming invoerrechten betaalt als dat niet hoeft, maar niets is minder waar. Sommige ondernemingen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden die de douanewetgeving biedt. Of ze zijn niet zo ingericht dat ze optimaal gebruik kunnen maken van de verschillende opties. De diverse douaneregelingen, maar ook tariefschorsingen of overeenkomsten die de EU heeft gesloten met derde landen, kunnen grote voordelen bieden. In deze bijdrage zijn de diverse mogelijkheden opgenomen.

Afvalbeheersbijdrage: bent u compliant?

Steeds meer mensen worden zich bewust van hun “footprint”. Recycling en het tegengaan van zwerfafval zijn topics die steeds weer op de agenda komen. Onder andere het Afvalfonds Verpakkingen maakt zich hard voor het zoveel mogelijk recyclen van verpakkingsmaterialen. Bedrijven betalen een afvalbeheersbijdrage om deze initiatieven te kunnen bekostigen. Voor deze afvalbeheersbijdrage moet u een verpakkingenadministratie bijhouden en zo nodig – als u boven de drempel uitkomt – een aangifte doen. De praktijk wijst uit dat de administratie van bedrijven niet altijd ingericht is om aan deze administratieve verplichtingen te voldoen. Met de onderstaande informatie stelt u vast of u ook bijdrageplichtig bent en of u maatregelen moet nemen.

Wie 'doet' aangifte?

Een foutje in een aangifte is zó gebeurd. Waar gehakt wordt, vallen immers spaanders. Wie is dan verantwoordelijk? De opdrachtgever (vertegenwoordigde) of de expediteur (vertegenwoordiger). In een aantal kwesties die recentelijk bij de (economische) politierechter zijn behandeld, speelde deze vraag een grote rol nu het ging om het verwijt ‘het doen van een onjuiste aangifte’ (artikel 10:5 Algemene Douanewet) dat de expediteur kreeg. Wanneer ‘doe’ je een aangifte? En maakt het daarbij (ook) of er in het kader van directe of indirecte vertegenwoordiging is opgetreden? Op deze vragen geven wij in deze bijdrage antwoord.