Denk ook eens aan een vrijhandelsakkoord!

U bent altijd op zoek naar mogelijkheden om een zo efficiënt mogelijke douanelogistiek te realiseren, maar ook om zo min mogelijk douanerechten te hoeven betalen. Daar zijn allerlei mogelijkheden voor, zoals het gebruik van douaneregelingen als actieve veredeling, douane-entrepot of passieve veredeling. Vaak wordt echter niet gedacht aan de (aankomende) mogelijkheden van een vrijhandelsakkoord.

Logistieke stromen en voor de hand liggende oplossingen

Om toe te lichten wanneer een beroep op een vrijhandelsakkoord zinvol kan zijn, bespreken we eerst graag twee voorbeelden van logistieke stromen.

Voorbeeld 1
Een bedrijf onderzoekt de mogelijkheid om een deel van haar productie te verleggen naar een vestiging buiten de Europese Unie. Het gaat hierbij om halffabricaten voor een in Nederland te fabriceren eindproduct. De halffabricaten worden tijdelijk in de EU ingevoerd en verwerkt, waarna de goederen uiteindelijk worden wederuitgevoerd naar markten buiten de EU. Waar denk u als eerste aan? Waarschijnlijk actieve veredeling.

Voorbeeld 2
Een bedrijf vervaardigt een product in de EU. Om de productiecapaciteit te vergroten wordt een deel van de productie verlegd naar een Aziatische dochter. De bestanddelen van het product worden om die reden eerst tijdelijk uitgevoerd en daarna wordt het eindproduct opnieuw ingevoerd. Het product wordt afgezet in de EU. Nu lijkt passieve veredeling de beste oplossing.

Het uiteindelijke doel van de genoemde douaneregelingen is om niet 'onnodig' rechten af te dragen.

Vrijhandelsakkoord

Naast de hiervoor genoemde douaneregelingen, bestaan er ook vaak andere mogelijkheden om de douanelogistieke stroom te optimaliseren; namelijk het gebruik van de mogelijkheden van een vrijhandelsakkoord of – in het Engels – Free Trade Agreement (FTA).

Een vrijhandelsakkoord is een bilaterale (ofwel tweezijdige) overeenkomst tussen de EU en een derde land. Ook bestaat de mogelijkheid dat de overeenkomst geldt ten aanzien van een groep van landen. In de overeenkomst worden afspraken gemaakt om de wederzijdse handel te bevorderen. Daarvoor worden onder andere afspraken gemaakt op het vlak van de afbouw van douanerechten en het krijgen van de oorsprong.

Er zijn al veel handelsakkoorden en economische samenwerkingsverbanden tot stand gekomen, zoals bijvoorbeeld:

  • EU-Mexico Economic Partnership sinds 2000;
  • EU-South Africa akkoord (TDCA / SADC EPA), 1999 / 2016;
  • EU-Chili associatie akkoord, sinds 2003;
  • EU-Korea associatie akkoord, sinds 2011.

In de toekomst komen daar meer akkoorden bij. In het kader van deze akkoorden worden onderhandelingen gevoerd tussen de Europese Commissie en diverse landen. Deze onderhandelingen bevinden zich allemaal in verschillende stadia, waarin de besprekingen en afspraken soms al ver zijn gevorderd. De laatste stand van zaken wordt in dit kader periodiek door de Europese Commissie gecommuniceerd door middel van een publicatie.

Hoewel voor de landen waarmee de Europese Commissie onderhandelt, het vrijhandelsakkoord nog niet definitief is afgesloten, is er vaak wel vooraf al duidelijkheid welke goederen onder de afspraken vallen, op welke wijze rechten worden afgebouwd en welke oorsprongsverlenende criteria gelden.

Dus, hoewel u nu nog geen beroep kunt doen op het vrijhandelsakkoord, kunt u wel al rekening houden met de mogelijkheden en onmogelijkheden die binnenkort zullen bestaan.

Een vrijhandelsakkoord kan ervoor zorgen dat geen invoerrechten van toepassing zijn bij invoer van bepaalde goederen. Dat betekent dat douaneregelingen als actieve veredeling en passieve veredeling wellicht niet eens nodig zijn. Voordat u de mogelijkheden van douaneregelingen onderzoekt, loont het daarom om te controleren of u gebruik kunt maken van een preferentieel tarief door een vrijhandelsakkoord.

Logistieke stromen en vrijhandelsakkoorden

Eerder hebben we twee voorbeelden benoemd waarbij actieve veredeling en passieve veredeling voor de hand liggende oplossingen waren. Het optimaal gebruikmaken van een handelsovereenkomst kan echter ook de oplossing bieden.

Voorbeeld 1
Een bedrijf onderzoekt de mogelijkheid om een deel van haar productie (halffabricaten) te verleggen naar een vestiging buiten de Europese Unie. De halffabricaten worden tijdelijk in de EU ingevoerd en verwerkt, waarna de goederen uiteindelijk worden wederuitgevoerd naar markten buiten de EU. Door de productie te verleggen naar een land waarmee de EU een handelsovereenkomst heeft gesloten, kan het bedrijf gebruikmaken van een preferentieel tarief, mits aan de voorwaarden qua oorsprong wordt voldaan. Het bedrijf heeft dan geen vergunning nodig.

Voorbeeld 2
Een bedrijf vervaardigt een product in de EU. Om de productiecapaciteit te vergroten wordt een deel van de productie verlegd naar een Aziatische dochter. De bestanddelen van het product worden om die reden eerst tijdelijk uitgevoerd en daarna wordt het eindproduct opnieuw ingevoerd. Het product wordt afgezet in de EU. Als de productie plaatsvindt in een land waarmee de EU een handelsovereenkomst heeft, kan wellicht een preferentieel tarief worden geclaimd. Ook hierbij is een vergunning dan niet nodig.

Conclusie en meer informatie

Zoals uit het vorenstaande blijkt, is het verstandig om de ontwikkelingen te volgen over de vrijhandelsakkoorden en andere afspraken tussen landen en landengroepen. Een akkoord tussen de EU en een land waar uw goederen worden geproduceerd of afgezet, kan voor lagere rechten zorgen of betekenen dat uw toekomstige douaneproces aanzienlijk wordt vereenvoudigd. Heeft u vragen of opmerkingen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact op met Samantha Zwart.

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.