Publicaties

Douaneplanning en vergunningen: optimaal gebruikmaken van douanewetgeving

Waarom invoerrechten betalen, als het niet hoeft? Het lijkt misschien alsof geen enkele onderneming invoerrechten betaalt als dat niet hoeft, maar niets is minder waar. Sommige ondernemingen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden die de douanewetgeving biedt. Of ze zijn niet zo ingericht dat ze optimaal gebruik kunnen maken van de verschillende opties. De diverse douaneregelingen, maar ook tariefschorsingen of overeenkomsten die de EU heeft gesloten met derde landen, kunnen grote voordelen bieden. In deze bijdrage zijn de diverse mogelijkheden opgenomen.

Afvalbeheersbijdrage: bent u compliant?

Steeds meer mensen worden zich bewust van hun “footprint”. Recycling en het tegengaan van zwerfafval zijn topics die steeds weer op de agenda komen. Onder andere het Afvalfonds Verpakkingen maakt zich hard voor het zoveel mogelijk recyclen van verpakkingsmaterialen. Bedrijven betalen een afvalbeheersbijdrage om deze initiatieven te kunnen bekostigen. Voor deze afvalbeheersbijdrage moet u een verpakkingenadministratie bijhouden en zo nodig – als u boven de drempel uitkomt – een aangifte doen. De praktijk wijst uit dat de administratie van bedrijven niet altijd ingericht is om aan deze administratieve verplichtingen te voldoen. Met de onderstaande informatie stelt u vast of u ook bijdrageplichtig bent en of u maatregelen moet nemen.

Wie 'doet' aangifte?

Een foutje in een aangifte is zó gebeurd. Waar gehakt wordt, vallen immers spaanders. Wie is dan verantwoordelijk? De opdrachtgever (vertegenwoordigde) of de expediteur (vertegenwoordiger). In een aantal kwesties die recentelijk bij de (economische) politierechter zijn behandeld, speelde deze vraag een grote rol nu het ging om het verwijt ‘het doen van een onjuiste aangifte’ (artikel 10:5 Algemene Douanewet) dat de expediteur kreeg. Wanneer ‘doe’ je een aangifte? En maakt het daarbij (ook) of er in het kader van directe of indirecte vertegenwoordiging is opgetreden? Op deze vragen geven wij in deze bijdrage antwoord.

Douane-entrepot: de voordelen en verplichtingen

In een douane-entrepot worden niet-Uniegoederen opgeslagen onder schorsing van invoerrechten en BTW. Voor Nederland, als doorvoerland, is deze schorsingsregeling een enorme uitkomst. Zo kunnen goederen bijvoorbeeld in één zending naar de (lucht)haven worden vervoerd, worden opgeslagen in een douane-entrepot en vervolgens worden vervoerd naar verschillende landen van bestemming. Dubbele invoerrechten en BTW worden hiermee voorkomen. Een faciliteit betekent ook verplichtingen. Deze bijdrage belicht de voordelen en verplichtingen van een douane-entrepot.

BTI aanvragen. Eenvoudig toch?

Een Bindende Tariefinlichting (BTI) aanvragen, hoe gaat dat in zijn werk?

Actieve veredeling: geen dubbele invoerrechten

Dubbele betaling van invoerrechten wilt u uiteraard zo veel mogelijk voorkomen. Wanneer u goederen uit derde landen haalt en in de EU bewerkt, repareert of aanpast en vervolgens weer uitvoert, moet u in principe bij het invoeren in de EU invoerrechten betalen. In het land van bestemming betaalt u vervolgens opnieuw invoerrechten. ‘In principe’, want het kan anders. U kunt gebruikmaken van de regeling actieve veredeling. In deze bijdrage is beschreven wat actieve veredeling inhoudt en hoe u gebruik kunt maken van deze regeling.

Waarde en hoeveelheid van een douanevergunning

UTB ontvangen vanwege overschrijding hoeveelheid en/of waarde van een douanevergunning?

Oorsprong; De basis is het belangrijkste!

Op basis van de oorsprong van goederen is het mogelijk een lager tarief aan invoerrechten te claimen. Ook kan op basis van de oorsprong van goederen worden vastgesteld dat geen antidumpingheffing is verschuldigd of dat goederen niet onder een embargo vallen. Reden genoeg om aandacht te besteden aan dit onderwerp.

Passieve veredeling: repareren of productie zonder te veel te betalen

Waarom zou u meer invoerrechten betalen dan nodig is? Precies, daar is geen logische reden voor te bedenken. Om niet te veel te betalen, kunt u optimaal gebruikmaken van douaneregelingen. De regeling passieve veredeling is een voorbeeld hiervan. Met passieve veredeling kunt u goederen uitvoeren naar een land buiten de Europese Unie, de goederen daar (bijvoorbeeld) laten repareren of produceren en vervolgens alleen over de toegevoegde waarde als gevolg van de behandeling in het derde land invoerrechten betalen. In deze bijdrage is beschreven hoe deze regeling werkt.

Invoer van e-commerce goederen; doet u het inmiddels allemaal correct?

Deze bijdrage bevat een update van de wijzigingen voor e-commerce goederen bij invoer in de Europese Unie (EU). De opzet is als volgt: een korte samenvatting van de wijzigingen op het gebied van de btw, de uitkomst van het eerste evaluatierapport van de Europese Commissie naar aanleiding van de wijzigingen, een overzicht van mogelijke wijzigingen en tot slot de conclusie.

De fiscale strafbeschikking in douanestrafzaken

Voordat de Wet OM-afdoening werd ingevoerd, werden strafbare gedragingen ofwel via een transactie (op basis van art. 74 Sr) ‘afgekocht’ (het voorkomen van strafvervolging), ofwel vervolgd voor de strafrechter via de reguliere dagvaardingsprocedure (art. 258 e.v. Sv).

Aankomst goederen per schip of vliegtuig: opslag in een ruimte voor tijdelijke opslag

De Nederlandse zee- en luchthavens verwerken jaarlijks miljoenen tonnen aan goederen. Het gaat daarbij niet alleen om containers en bulkgoederen, maar ook om miljoenen kleine pakketjes. Deze goederen komen de havens binnen en vervolgen daarna hun weg naar het binnenland. De havens zijn de eerste plaats van binnenkomst in de EU. Dit betekent dat er bepaalde douaneformaliteiten moeten plaatsvinden. Na binnenkomst worden de goederen in eerste instantie opgeslagen in een ruimte voor tijdelijke opslag. In deze bijdrage lichten wij toe wat opslag in een ruimte voor tijdelijke opslag inhoudt.

Denk ook eens aan een vrijhandelsakkoord!

U bent altijd op zoek naar mogelijkheden om een zo efficiënt mogelijke douanelogistiek te realiseren, maar ook om zo min mogelijk douanerechten te hoeven betalen. Daar zijn allerlei mogelijkheden voor, zoals het gebruik van douaneregelingen als actieve veredeling, douane-entrepot of passieve veredeling. Vaak wordt echter niet gedacht aan de (aankomende) mogelijkheden van een vrijhandelsakkoord.

Aansprakelijkheid van de bestuurder voor de douaneschuld

Een bestuurder is in beginsel niet aansprakelijk voor douaneschulden en accijnsschulden. Er zijn echter uitzonderingen! Namelijk bij kennelijk onbehoorlijk bestuur en wanneer de melding van betalingsonmacht niet of niet op de juiste wijze wordt gedaan.

Antidumpingheffing: terugwerkende kracht en aangehouden verificatie

U bent een blij mens! U heeft namelijk goederen voor een mooie prijs uit Indonesië laten komen. U bent erg tevreden hoe de zaken bij de invoer van de goederen verliepen, want u hoefde alleen invoerrechten te betalen en er was geen antidumpingheffing. Dat zou anders zijn als de goederen uit China zouden komen, want dan was wel een antidumpingheffing van toepassing. Maar omdat dezelfde goederen ook uit Indonesië komen, heeft u geen probleem. Toch begeeft u zich op glad ijs, zoals blijkt uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Een antidumpingheffing kan namelijk ook met terugwerkende kracht worden toegepast. Ook loopt een douane-expediteur extra risico bij een aangifte voor goederen waarvoor wellicht een antidumpingheffing geldt als deze de status van ‘aangehouden verificatie’ krijgt.

Vertegenwoordiging, zekerheid & betaling

Een bijzonder groot gedeelte van de douaneaangiften wordt ingediend met gebruikmaking van douanevertegenwoordiging. Douanevertegenwoordiging heeft – voor de logistiek dienstverlener of douane-expediteur – als voordeel dat hij niet als douaneschuldenaar wordt aangemerkt. Het is echter niet zo dat de vertegenwoordiger nooit aansprakelijk is. Integendeel, de vertegenwoordiger loopt in de meeste gevallen het volledige betalingsrisico totdat de Douane de verificatie heeft beëindigd. En het moment van ‘einde verificatie’ laat soms enkele maanden op zich wachten. Als dan blijkt dat er een heel ander (hoger) bedrag verschuldigd is, dan heeft de vertegenwoordiger mogelijk een groot probleem. Hoe zit dat precies? Dat kunt u hierna lezen.

Exporteur moet in de EU zijn gevestigd

Reeds langere tijd mag alleen een in de EU gevestigde exporteur in de uitvoeraangifte worden vermeld. Deze wijziging heeft grote gevolgen gehad voor buiten de EU gevestigde partijen bij uitvoer. Anno 2022 lijkt het erop dat nog steeds veel partijen vraagtekens hebben hoe ze moeten handelen. Daarom is het goed om nog eens stil te staat bij de definitie van een exporteur, welke problemen en uitdagingen bij uitvoer spelen en welke oplossingen er zijn. Alle informatie over de uitvoeraangifte vindt u hierna.

Aangifte & vertegenwoordiging anno 2022

In 2022 komt Customs Knowledge elke maand met een aantal publicaties, een nieuwsbrief en een webinar over één thema. In januari staat het thema ‘aangifte en vertegenwoordiging centraal’. Dat is waar de douanelogistiek namelijk toch vaak mee begint, de ‘douaneaangifte’. En heel veel van die aangiften worden door logistiek dienstverleners zoals douane-expediteurs gedaan. In dit artikel behandelen we een aantal subonderwerpen die anno 2022 aandacht behoeven. Eerst schetsen we één van de grootste verschuivingen in de handel, namelijk de gevolgen van e-commerce. Dat heeft grote gevolgen voor de beschikbaarheid van informatie en documentatie bij het doen van een aangifte. Daarna staan we stil bij de aanpak van de Douane die door de jaren heen is veranderd. Niet alleen door e-commerce, maar ook door organisatorische veranderingen en de soms uiterst formele aanpak van de Douane omdat dit van ‘Brussel’ zou moeten.

Verlengd gebruik van een Bindende Tariefinlichting (BTI) na het intrekken daarvan

In dit artikel gaan we dieper in op het intrekken van een BTI en de mogelijkheid deze BTI toch nog even te kunnen gebruiken.

Bemonstering van goederen in douane- en belastingzaken (2)

In het vorige artikel hebben wij het belang van een juiste monsterneming toegelicht en het verplichte karakter van het in kennis stellen van het voornemen om een monster te nemen. Als monsters zijn genomen, bestaat vervolgens nog wel eens de vraag of de bemonstering op de juiste wijze heeft plaatsgevonden en of de monsters op de juiste wijze zijn onderzocht. Om te voorzien in uniforme handreikingen en richtlijnen, heeft de Europese Commissie – samen met de douanelaboratoria in de verschillende lidstaten – het ‘systeem’ Samancta opgesteld. De bepalingen hieruit lijken echter weinig zinvol, althans volgens de inspecteur van de Douane. Deze schuift ze namelijk, als ze niet uitkomen, eenvoudig terzijde. Maar kan dat wel? In deze bijdrage concludeer ik aan de hand van recente jurisprudentie dat deze ‘Samancta-bepalingen’ terdege relevant zijn.