Problemen met oorsprong & oorsprongsfraude

Samen met de classificatie, bepaalt de oorsprong van een product de hoogte van het douanerecht. Maar wanneer krijgt een product nu de oorsprong van een land? Is een simpele bewerking al voldoende? Vaak niet! Integendeel, afhankelijk van het land waar de goederen vandaan komen of naartoe gaan, gelden specifieke en complexe regels. We helpen u graag om in deze brei van regels de weg te vinden en de juiste oorsprong vast te stellen.

U zult niet de eerste zijn die in goed vertrouwen een laag douanerecht heeft geclaimd, maar na vele jaren van de Douane hoort dat uit onderzoek blijkt dat een document is vervalst. Of opeens wordt u geconfronteerd met een voornemen voor het mededelen van een douaneschuld (ofwel een UTB), omdat de Douane vindt dat u anti-dumpingheffing moet betalen. Terwijl u dacht dat u te maken had met een betrouwbare leverancier, blijkt hij de goederen niet in – bijvoorbeeld – Maleisië of Bangladesh te hebben geproduceerd, maar gewoon in China.

Wat zijn dan de gevolgen? Het antwoord is in veel gevallen ontluisterend en teleurstellend. In het douanerecht zijn ‘redelijkheid en billijkheid’ namelijk beginselen die bijzonder weinig worden toegepast. Maar u kon er toch niets aan doen en bent te goeder trouw. U zult in sommige gevallen wellicht de procedure kunnen winnen, maar het zal dan toch echt wel tot een procedure bij de rechter moeten komen.

Kunt u zich hier dan helemaal niet tegen wapenen? Er zijn wel een beperkt aantal mogelijkheden. Deze hebben wij hierna opgenomen.

Praktische tips

1. Onderken het belang van de juiste oorsprong

In de meeste gevallen vinden onregelmatigheden plaats als u gebruik maakt van oorsprongscertificaten bij invoer. U wordt dan veelal na langere tijd pas geconfronteerd met de stelling van de Douane dat de oorsprong niet juist is. Om te voorkomen dat u voor grote verrassingen komt te staan, is het zinvol om het belang van de oorsprong en de oorsprongsbewijzen te begrijpen. Zonder een geldig document, moet u veelal alsnog het normale douanerecht betalen en volgt dus een navordering. Denk niet dat na het afronden van de invoeraangifte het risico geweken is. De Douane kan namelijk minimaal 3 jaar navorderen. En in sommige gevallen is die termijn zelfs vijf jaar en in andere lidstaten nog langer. Lees meer hierover op onze website.

2. Goede communicatie en overleg met uw leverancier

Om ervoor te zorgen dat u minder risico loopt dat u onjuiste of vervalste certificaten krijgt, is het zinvol dat u precies weet wie uw leverancier is. Onderhoud goede contacten, ga na of hij wel daadwerkelijk productielocatie heeft en vraag ook om bewijzen. Neem daarbij geen genoegen met een inschrijving in het handelsregister van de ‘kamer van koophandel’. Wellicht lijkt het erg ver te gaan, maar overweeg zo nodig om een keer op de locatie te gaan kijken.

3. Bij twijfel; onderneem actie

Als u op basis van alle gegevens twijfelt of het wel helemaal in de haak zit, leun dan niet achterover met de verwachting dat het wel goed komt. Onderneem actie en ga zo nodig verder op onderzoek uit. Bespreek met de leverancier dat u aanvullende zekerheden wil hebben om duidelijkheid te krijgen over het proces en de oorsprong. Of laat een gerenommeerde instantie een audit uitvoeren op de plaats waar de goederen worden geproduceerd. U kunt hiermee het risico niet tot nul terugbrengen, maar wel aanzienlijk reduceren. En, achteraf kan u niet worden verweten dat u nalatig bent geweest.

Veelgestelde vragen

“Ik kon er niets aan doen, dan hoef ik toch ook niet te betalen?!” Een uitgangspunt dat in het dagelijks leven wellicht vaak mag gelden, maar in het douanerecht is dat zeker niet het geval. Als namelijk wordt vastgesteld dat een oorsprongsbewijs ten onrechte is afgegeven, worden de rechten alsnog nagevorderd. Ook als later blijkt dat het oorsprongsbewijs vals of vervalst is, worden de douanerechten nagevorderd. De vraag is wel bij wie de rechten worden nagevorderd. Dat is in beginsel bij de aangever, ofwel degene op wiens naam de aangifte is gedaan. Bij directe vertegenwoordiging is dat – veelal – de importeur. Als een douane-expediteur aangifte doet op eigen naam en eigen rekening, dan is de douane-expediteur in eerste instantie de schuldenaar. Lees meer hierover op onze website.

Als u de aangifte voor een ander heeft gedaan en u heeft daarbij geen directe vertegenwoordiging toegepast, dan bent u als aangever aansprakelijk. Dat kan wellicht oneerlijk voelen, maar dat is wel zoals het werkt. En zelfs als u er geheel niets aan kon doen en geen enkele rol heeft gespeeld bij de onjuistheid van de oorsprong, dan nog zult u in beginsel als aangever aansprakelijk zijn.

Slechts bij uitzondering is het zo dat u niet hoeft te betalen. Bijvoorbeeld omdat er formele redenen zijn waarom de Douane niet bij u kan navorderen. Of dat het geval is, bespreken onze experts graag met u.

Anders dan in het ‘normale’ recht, bestaan in het douanerecht niet veel mogelijkheden om een beroep te doen op algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het vertrouwensbeginsel. Juist voor een onjuiste oorsprong bevat de douanewetgeving echter wel mogelijkheden voor een beroep op het vertrouwensbeginsel. Maar, dan moet wel strikt aan alle voorwaarden zijn voldaan. Zo moet er sprake zijn van een oorsprongsbewijs dat terdege is afgegeven door de autoriteiten. Een vervalst bewijs, ook al is het afgetekend door een ambtenaar, is dat niet. Daarom kan in veel gevallen al geen beroep worden gedaan op het vertrouwensbeginsel. Daarnaast moet de aangever te goeder trouw zijn. Ook dat is niet altijd een uitgemaakte zaak. Wilt u weten of u een beroep kunt doen op het vertrouwensbeginsel, neem dan vrijblijvend contact met een van onze experts op.

In het douanerecht zijn ‘redelijkheid en billijkheid’ beginselen die bijzonder weinig worden toegepast. U kunt in sommige gevallen een beroep doen op billijkheid, maar het zal dan in haast alle gevallen tot een procedure bij de rechter komen. De gevallen waarbij de (Nederlandse) Douane zelf concludeert dat wegens billijkheid geen douaneschuld hoeft te worden opgelegd, is nihil.

De stelregel is en blijft dat de aangever zelf aansprakelijk is, als blijkt dat ten onrechte douanerechten worden geclaimd. Dat is in beginsel zelfs zo als blijkt dat een ambtenaar zijn boekje te buiten is gegaan. Zelfs dan zal de Nederlandse Douane de uitnodiging tot betaling opleggen en zal een beroepsprocedure nodig zijn om het gelijk te halen. Er is namelijk nog wel een mogelijkheid om de douaneschuld niet te hoeven te betalen en dat is op grond van de ‘billijkheid’. Echter, deze billijkheid wordt niet in veel gevallen toegepast.

De Douane kan achteraf controleren en ook langere tijd nadat de aangiften zijn gedaan navorderen. Ze kan echter niet over een onbeperkt periode navorderen. In beginsel is de termijn om na te vorderen drie jaar, maar als er – samengevat – sprake is van strafrechtelijk vervolgbaar handelen, dan wordt deze termijn in Nederland verlengd naar vijf jaar. In andere lidstaten is die termijn zelfs nog wel eens hoger.

Als de Douane van mening is dat u ten onrechte een laag tarief heeft geclaimd, dan wordt het bedrag nagevorderd. U krijgt dan een uitnodiging tot betaling (UTB) .

Publicaties

OLAF in het douanerecht

In dit artikel wordt uitleg gegeven over wie of wat OLAF nu eigenlijk is en de invloed die zij uitoefent binnen het douanerecht. Hierbij wordt ook gekeken naar de waarde welke wordt gehecht aan de bevindingen en aanbevelingen van OLAF door zowel de Douane als de gerechtelijke instanties.

Meer...

Risico’s met oorsprong bij antidumpingheffing

Hoe kunt u de niet-preferentiële oorsprong vaststellen en wat is het gevolg van onjuiste oorsprongsbescheiden.

Meer...