'Een foutje is zo gemaakt': AEO en douanestrafrecht

Mendum facile, ofwel “een foutje is zo gemaakt”. Zo ook wanneer u werkzaamheden verricht op het gebied van douane en accijnzen. In tegenstelling tot de directe belastingen (zoals de vennootschapsbelasting) waar fouten in de zin van overtredingen veelal worden bestraft met bestuurlijke boetes, worden de meeste overtredingen op het gebied van douane bestraft binnen het strafrecht. U wordt aangemerkt als verdachte en verhoord door een buitengewoon opsporingsambtenaar.
Door Lidwina
27 september 2021
Lidwina

Inleiding

De sanctionering van deze strafbare feiten kunnen consequenties hebben wanneer u een aanvraag indient voor een AEO-vergunning (Autorised Economic Operator), maar ook voor uw AEO-status indien u deze al bezit. In indirecte zin kunnen de strafrechtelijke sancties ook van invloed zijn op uw douanevergunningen die nauw samenhangen met de “AEO-waardigheid” .

In dit artikel wordt het wettelijke kader van de relevante bepalingen op het gebied van douanestrafrecht en AEO uiteen gezet.

Allereerst is het van belang om te weten dat een enkele geconstateerde en bestrafte onregelmatigheid geen direct gevolg heeft voor een AEO-aanvraag of reeds bestaande AEO-status. De meeste onregelmatigheden worden als “mendum facile” weliswaar afgedaan in strafrechtelijke sfeer, maar deze “foutjes” worden niet in een bredere context geplaatst waarbij de (aan te vragen) AEO-status wordt beïnvloed.

Wettelijke bepalingen

In artikel 39 letter a) van het DWU (Douanewetboek van de Unie) staat dat één van de criteria voor de toekenning van de status “Autorised Economic Operator” of “geautoriseerde marktdeelnemer” is: “geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager”.

Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in artikel 24 Uitvoeringsverordening DWU. Ervan uitgaande dat de aanvrager van de AEO-status geen natuurlijke persoon is, dan wordt volgens dit artikel aan het criterium van het DWU voldaan indien (kort gezegd) de aanvrager, de bestuurder of degene die verantwoordelijk is voor de douanezaken niet “gedurende de afgelopen drie jaar ernstige of herhaalde overtredingen op de douanewetgeving en belastingvoorschriften hebben begaan of een strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit hebben gehad”. 

Een aantal termen valt op: overtredingen, misdrijven en ernstig of herhaalde overtreding. Wat wordt daar nu onder verstaan?

Onderscheid overtredingen en misdrijven

De begrippen die in de communautaire wetgeving worden gebruikt, zoals ernstige overtreding, strafblad en zware misdrijven worden in het communautaire recht (DWU) niet nader gedefinieerd. Dat is logisch aangezien het strafrecht een rechtsgebied is dat tot de soevereiniteit van de lidstaten behoort. Met andere woorden: daarvoor moet in de nationale wetgeving worden gekeken.

Het onderscheid tussen overtredingen en misdrijven op het gebied van douane wordt bepaald door vast te stellen of in de wet op het strafbare feit een gevangenisstraf is gesteld. Is dat het geval, dan is er sprake van een misdrijf. Is geen gevangenisstraf mogelijk, dan betreft het een overtreding (artikel 10:13 Algemene Douanewet, artikel 72 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen). 

Omdat in de communautaire wetgeving wordt gesproken over ‘zware misdrijven’ is niet alleen het onderscheid overtreding en misdrijf van belang, maar dus ook of er sprake is van zware misdrijven. Hoewel we in de volksmond spreken over zware criminaliteit of zware misdrijven, is dit geen wettelijke term op zich.

In het commune strafrecht wordt het onderscheid tussen lichte en zware misdrijven afgeleid van de regelgeving in het kader van optekening en bewaring in de justitiële documentatie, het ‘strafblad’. Misdrijven leiden per definitie tot een aantekening hierop. Overtredingen kunnen er ook op worden vermeld indien bijvoorbeeld de rechter een veroordeling voor deze overtreding (zoals na het instellen van verzet tegen een fiscale strafbeschikking) heeft uitgesproken. Overtredingen leiden derhalve in beginsel niet tot een aantekening in de justitiële documentatie.

Van lichte misdrijven spreken we dan indien het strafbare feiten betreft waarvoor volgens de wet een gevangenisstraf van minder dan 6 jaar kan worden gegeven. Zware misdrijven zijn dan die strafbare feiten waarvoor volgens de wet een gevangenisstraf van minimaal 6 jaar kan worden gegeven. Bij lichte misdrijven wordt de aantekening in de justitiële documentatie in beginsel 20 jaar na de einduitspraak of na het volledig voldoen van de strafbeschikking verwijderd. Bij zware misdrijven vindt deze verwijdering 30 jaar na de einduitspraak of na het volledig voldoen van de strafbeschikking, plaats.

Justitiële gegevens van overtredingen worden in principe verwijderd na verloop van 5 jaar na de einduitspraak of na het volledig betalen van een strafbeschikking.

Het begrip ‘herhaalde overtreding’

Ook een nadere duiding van de kwalificatie “herhaalde overtreding” is niet voorhanden. Voor de hand ligt dat de Douane de frequentie afzet tegen de totale activiteitenstroom van de betrokken entiteit.

Twee onjuiste aangiften op tien aangiften per jaar is in relatieve zin veel meer dan 100 onjuiste aangiften op 10.000 per jaar. Waar de grens ligt, is echter niet gedefinieerd noch bekend.

Op dit moment zijn er ook nog geen concrete voorbeelden van het niet verkrijgen of het niet verlengd krijgen of het intrekken van een AEO-status, ten gevolge van (herhaalde) overtredingen. Ook daaraan kan derhalve niet worden afgeleid waar de grens ligt. Het lijkt daarmee vooral een ‘arbitrair gebeuren’. Het is de behandelend ambtenaar die hierover beslist.

Wat nu als er overtredingen toch gevolgen krijgen?

De Douane kan beslissen tot het weigeren van een aanvraag voor een AEO-vergunning, het niet verlengen van een AEO-vergunning of de AEO-vergunning schorsen of intrekken. Een dergelijk besluit dient voorafgegaan te worden door een voornemen daartoe. Op dit voornemen kunt u reageren. En beslissing om daadwerkelijk over te gaan tot één van voornoemde acties vanuit de Douane is altijd een ‘voor bezwaar vatbare beslissing’. U kunt daartegen derhalve bezwaar indienen of – indien nodig – na een bezwaarprocedure de zaak voorleggen aan de bestuursrechter in een beroepsprocedure. De Douane zal moeten stellen en bewijzen dat de overtredingen van dien aard en van dien omvang zijn dat dit haar actie (afwijzing, niet verlengen, schorsen of intrekken) rechtvaardigt.

Conclusie en meer informatie

Overtredingen op het gebied van douane kunnen gevolgen hebben voor uw AEO-aanvraag, voor uw AEO-status en daarmee ook voor uw vergunningen. Het is echter moeilijk aan te geven vanaf welk moment de Douane daartoe over zal gaan nu de terminologie die daarvoor gehanteerd dient te worden, niet is gedefinieerd en ook geen concrete voorbeelden voorhanden zijn waaruit kan worden afgeleid hoe de Douane in concrete gevallen hiermee om gaat.

Duidelijk is dat deze beoordeling sterk casuïstisch en arbitrair is. Een rechtsgevolg in de zin van afwijzing, niet verlenging, schorsing of intrekking wordt door de Douane medegedeeld in een voor bezwaar vatbare beschikking. Het is daarbij aan de Douane om zowel te stellen als te bewijzen dat niet (meer) wordt voldaan aan artikel 39 letter a van het DWU. U kunt zich hiertegen verzetten door bezwaar aan te tekenen en vervolgens indien nodig beroep aan te tekenen bij de bestuursrechter.

Wenst u meer informatie? Neemt u dan contact op met Lidwina Hoekstra en/of Samantha Zwart-Speelman.

Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaardt Customs Knowledge geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan. Dit artikel is niet bedoeld als een specifiek advies. Zie in dit kader ook de Algemene Voorwaarden van Customs Knowledge BV.